Een ander dagelijks leven

Deze blog verandert de komende tijd wat van karakter; al was het alleen maar omdat we even niet meer onderweg zijn. Nou ja, niet letterlijk dan; voor de filosofen onder jullie. Inmiddels hebben we onze eerste volle werkweek bij We women erop zitten. We zijn allebei vol in ons project gedoken alsof we nooit iets anders gedaan hebben. En oh ja, dat is natuurlijk ook zo. En dat gaat dan gepaard met een ritme wat de meesten onder jullie bekend zal voorkomen: wekker, ontbijten, actie, lunchen, nog meer actie, avondeten en dan nog iets doen met de energie die over blijft. Ja, wel even wennen. Maar door de mooie inhoud van ons werk ergens ook weer onvoorstelbaar snel vertrouwd.

Een dagelijks leven dus, maar wel één die in veel - zo niet alles - afwijkt van wat we gewend waren. En zoals we eerder al merkten in Siem Reap in Cambodja, langer blijven geeft ons meer en meer toegang, waardoor we elke dag beter gaan begrijpen hoe het hier werkt. En dus kunnen we jullie nog steeds meenemen langs onze lokale en culturele ervaringen; want er is genoeg om ons over te verwonderen en om te snappen (maar uiteindelijk net weer niet te begrijpen). Soms hilarisch, soms tragisch en soms weten we het nog even niet.  

Het eten is geweldig. Op elke straathoek kunnen we eenvoudig Thais eten voor een schijntje. Het lijkt soms wel of bijna iedereen als bijverdienste eten kookt of verkoopt. Zet er een tafeltje met wat plastic stoeltjes bij en klaar. Woensdag zijn we meegenomen naar de Birmese keuken; fantastisch en in heel Amsterdam niet te vinden. De tealeaf-salad is helemaal de bom. En de geniale banana-pancake-meneer om de hoek mag ook niet onvermeld blijven.

Alles gaat hier met de scooter; wij ook. Hoewel de meeste afstanden per fiets ook goed te doen zijn, maar dan moet je wel de vluchtstrook van de Super Highway op durven. De gemiddelde scooter komt met mandje en is zelfs dan nog overtuigender dan Nederlandse scooterjeugd en grachtenmakelaars. Ook hier geldt: echte mannen rijden een schakelbak.  

De straathonden of Soi Dogs zijn overal. En omdat ze overdag overstemd worden door scooters, overcompenseren ze ’s nachts door te huilen als wolven. Wij vertrouwen op Samson en Daniel - onze eigen Soi Dogs - om de wolven buiten te houden. En krijg dit maar eens uit je hoofd: “You ain’t nothing but a Soi Dog… 

Het afval wordt hier elke dag opgehaald; vooral lege flessen zijn populair. In Chiang Mai nog geen gemeentewerken maar onvervalste lokale handeltjes. Drinkwater krijgen we hier in 20 liter flessen; niet te tillen en al helemaal niet te schenken. De lege flessen zet je - voorzien van waardebon - aan de straat en worden elke vrijdag door de waterboer omgewisseld.

De Thaise zeden zijn wereldberoemd, maar daar merk je in het dagelijks leven weinig van. Totdat we een kleine 200 meter achter ons huis de ‘Loveboat’ ontdekten. Sinds de officiële afschaffing van polygamie in 1935 - wat nog steeds niet vreemd is voor veel Thaise mannen en vrouwen - zijn deze short-stay hotels de plekken waar de Thai met hun scharrels naar toe gaan. En ook de karaoke-bars hebben een andere functie dan we dachten. Dus mam, daar gaan we niet naar toe volgende week.

Nico, de Franse bakker, vonden we al snel via Ursula en Hester. Eens per week bakt hij de meest geweldige broden, croissants en pain-au-chocolat. Als je er zaterdagmorgen op tijd bij bent kan je inkopen; de koffie staat klaar. Nico is een professional, maar catert vooral een social-event. Iets waar de Farang (buitenlanders) misschien nog wel net iets meer behoefte aan hebben dan aan lekker brood.

Nico en andere Farang wonen in een oud Thais dorpje weggestopt in een prachtig hoog bamboebos. De Thai willen hier niet wonen, omdat ze geloven dat er boze geesten in het bos huizen. Zo blijven de prachtige oude Thaise huizen voor een symbolisch bedrag per maand beschikbaar voor Farang.

De afgelopen vijf dagen stond Chiang Mai blauw van de rook, die inmiddels begint op te trekken. Boeren in de omgeving hebben de gewoonte om jaarlijks - en natuurlijk illegaal - de ondergrond plat te branden. Dat loopt dan uit de hand en brand soms weken door. De rook zakt de Chiang Mai vallei in en ligt als een deken over de stad. Genoeg reden voor sommigen om tussen februari en april Chiang Mai te verlaten; onze tijd hier is dus goed getimed. Maar sinds gisteren trekt de rook op en hebben we weer uitzicht op bergen.  

Afspraak is afspraak, maar planning en begintijd is niet echt een issue. En neem maar van ons aan, minder druk en minder verwachtingen went snel. Daar is niets mis mee, vooral als je weet dat het uiteindelijk - linksom of rechtsom - goed komt. Willen jullie ons een plezier doen en dit alvast een beetje gaan ‘uitrollen’ in het Nederlandse dagelijks leven?

Zondagsmarkt in Chiang Mai (zie ook fotoboek)
Tot slot nog een tip. Gisteravond waren we op de openingsavond van het ‘Chiang Mai Documentary Arts Festival’ en zagen de geniale documentaire ‘Who Killed Chea Vichea?’. Een absolute aanrader die vlijmscherp inzicht geeft in de huidige politieke situatie in Cambodja. Niet te missen voor iedereen die is geweest of van plan is om te gaan. 

Huisje, boompje, beestje

Chiang Mai wordt ook wel de culturele hoofdstad van Thailand genoemd. Maar voor het eerst tijdens deze reis moeten we bekennen dat we hier al een week zijn zonder al te veel van de omgeving in ons op te nemen. Lui geworden? Integendeel! Vanaf eind vorige week zijn we begonnen met onze vrijwillige activiteiten voor We women, hier gevestigd in de stad. Aan het werk dus! Wekker, agenda’s, projecten, nu ook weer hier bij ons.

We women richt zich op Birmese vrouwen - gevlucht naar Thailand - die de dromen, doelen en talenten hebben die ze tot toekomstige leiders van Birma maken: “Birma gaat al bijna een halve eeuw gebukt onder een militaire dictatuur met als gevolg chronische economische, sociale en politieke crisis. De We wonen foundation coördineert samen met lokale partners een “leadership academy” voor niet erkende vrouwelijke vluchtelingen in het aangrenzende Thailand. Veel vrouwen willen op een hoger niveau meestrijden voor de mensenrechten in Birma maar worden door hun status en traditionele rol als vrouw daarin beperkt. De We wonen foundation wil hen een kans geven om meer invloed uit te oefenen op het beleid en de toekomst van hun land. Een universitaire studie, stages en trainingen bereiden hen voor op het bekleden van beleidsposities (We women website)".

Ursula en haar team zijn nu een kleine twee jaar bezig en doen fantastisch werk. Maar wat betekent dat voor ons? Om te beginnen dat we mogen samenwerken met zes tot acht enorm gemotiveerde en leuke mensen. En - dat mag ook gezegd - na vijf maanden reizen, ervaren en absorberen voegen we onszelf daar graag aan toe. Ook wij zijn afgetopt met veel zin, energie en allerlei ideeën. Sanders bijdrage richt zich op het opzetten van een ‘coaching framework’, bedoeld om de vrouwen te ondersteunen en begeleiden in de verschillende fasen van het programma. Maartje ondersteunt Ursula bij het verder verzelfstandigen en professionaliseren van het pre-uni programma.

En nog veel meer relevants, zoals voetballen met andere vrijwilligers - of wie dan ook inloopt - aankomende vrijdag na het werk. Of de geweldige lokale lunches die de Hollandse kantine met natuurlijk oneerlijk gemak overstijgen.

Een andere - toch wel serieuze verandering van levensstijl - is dat we voor de komende twee maanden een huis gevonden hebben. Via via zijn we in contact gekomen met James, een freelance fotograaf, die vanwege een fotoproject een tijdje zijn huis achterlaat. En zo gaan we van twee rugzakken naar drie verdiepingen, een paar terrassen, logeer- en studeerkamer, twee honden (Daniel en Samson), een boom, twee fietsen en een scooter. Wow, een echt huis! Wat een ruimte na alle compacte units waar we de afgelopen maanden in geslapen hebben. En hoewel afgebladderd en van buiten ogenschijnlijk in serieuze staat van ontbinding - gelukkig is het geen regenseizoen - is het huis van binnen helemaal onze plek. Al was het alleen maar om de prachtige houten vloeren en trappen en het terras met uitzicht op de ondergaande zon achter de bergen.

Wel een bizarre overgang, maar - je leest het al - voor nu even helemaal goed. Onze tassen zijn uitgepakt en uit zicht, de kasten ingeruimd en de foto’s hangen al bijna aan de muur. Tijd om te proeven en te genieten van wat meer huiselijkheid en dagelijks leven. Voor het eerst samenwonen, jawel! Hoewel heel anders dan thuis, in een expat-bestaan omgeven door NGO-workers en andere sociale ondernemers. Een omgeving - met mensen en mogelijkheden - die het nu al erg fijn maken om hier even te mogen zijn. Ook dit dagelijks leven bestaat.

En dus dit keer geen reisfoto’s en mooie plaatjes in ons album. Maar voor de liefhebbers wel een kleine fotorondleiding door ons tijdelijke huis en plaatjes van onze medebewoners. En mocht je ons (post)adres willen weten, mail ons dan even.

Terras met uitzicht (zie ook fotoboek)

Ecologisch verantwoord?

Daar zijn we dan: Chiang Mai, ons thuis voor de komende twee maanden. Na vijf maanden onderweg gaan we hier wat tijd nemen om weer eens een beetje wortel te schieten. Morgen ontmoeten we Ursula van We Women en begint onze zoektocht naar een tijdelijk huis of appartement. De eerste twee opties hebben zich al spontaan aangediend - dus wie weet volgende week een primeur en prachtige fotoshoot van onze stek, hier op deze blog. En als je ergens in de komende twee maanden er even tussenuit wilt, weet je dan bijzonder welkom in Chiang Mai!

In een paar dagen zijn we van Zuid-Cambodja naar Noord-Thailand gereisd. Het laatste stuk is een lange rechte streep in de trein. Maar in de hele reis variatie genoeg, inclusief een paar hobbeltjes. Vliegen proberen we nog steeds te mijden; onze eco-voetafdruk is inmiddels groot genoeg. Dat maakte de reis wel een stuk afwisselender en op z’n minst uitdagender. Naast de benenwagen hebben we de afgelopen dagen zeker tien verschillende vervoermiddelen gebruikt: moto, boot, vlot, mountainbike, bus, mini-bus, tuktuk, pick-up, taxi en trein. De pick-up was toch wel het spannendst. Stel je voor dat je met ongeveer 10 mensen in een omgebouwde kleine laadbak wordt geladen; dat is inclusief bagage en allerhande zakken voedsel voor de markt. Ja, er zijn bankjes geïmproviseerd, en je hebt ook nog een afdakje boven je hoofd. Dus tegen alle verwachtingen in is het nog redelijk comfortabel. En natuurlijk heb je arko, of liever gezegd aio (alles is open). Maar dat alles wel met 90 of 100 km/u. En dan staan er op de treeplank ook nog twee ‘semi-nonchie’ passagiers (die de telefoon nog opnemen ook). Maar het blijft verder prima openbaar vervoer, inclusief een bordje 'no-smoking, 5000 baht (135 euro) boete’ en een werkende stopknop achterin. De haltes mag je er vrij bij interpreteren. Natuurlijk is het alleen maar fijn als de chauffeur stopt waar en wanneer jij wilt.

De hobbeltjes? Na de grensovergang naar Thailand vonden we met vrij veel moeite vervoer naar het eerstvolgende stadje. Daar ligt nog een enorm gat in de markt. Verder nog wat OV-vertraging onderweg, waardoor we niet om half negen maar om twee uur ’s nachts aankwamen op Chiang Mai CS. Maar dat werd op voorhand ruimschoots goed gemaakt door de treinstewardess die ons de hele dag door eten kwam brengen. En dan nog een fysieke hobbel voor Maartje, waardoor we de reis een dag hebben moeten onderbreken om in de buurt van een wc te zijn. Was ons bezoek aan de jungle 100% ecologisch verantwoord? In dat opzicht dan misschien toch niet helemaal…

Cambodjaanse jungle? Ja, en hoe! Naast een ander bos in Laos is het gebied rond de Cardamom bergen het enige overgebleven oerbos in Azië. Het is een onbedoeld positieve uitwerking van het rode Khmer regime - en de daarop volgende malaise - waardoor niemand tijd en gelegenheid heeft gehad om de economische bijl in dit bos te zetten. En gelukkig zijn er de laatste jaren een aantal eco-toerisme-initiatieven van de grond gekomen. Met succes, waardoor er zelfs recent een besluit tot exploitatie van een zinkmijn is teruggedraaid om het bos te behouden. Een ander initiatief - waar Esther en Paul ons in Siem Reap over vertelden - is een eco-village in de jungle: Chi Phat. De dorpsbewoners proberen nu van het ecotoerisme te leven, in plaats van de stroperij en illegale houtkap. Een uitstekend idee om Chi Phat te bezoeken en zo kleine steentjes bij te dragen. De effecten zijn er: in stukken van Zuid-Thailand en Zuid-Cambodja begint het ecotoerisme het sextoerisme volledig te verdrijven.

Maar wat een jungle. Er leven nog wilde olifanten, luipaarden, gibbons, allerhande inheemse vogels en niet te vergeten bloedzuigers. Maartje was de klos. Ongerepte natuur dus, wat we hebben verkend op de mountain - of liever gezegd - junglebike. Een mooie gegidste en uitdagende tocht in vochtige hitte, compleet met verfrissende duik onder een waterval. Slapen in Chi Phat kan in homestays en kleine guesthouses in het dorp en er is een eco-lodge. Wij hebben onze nachten verdeeld over de opties en sloten af met ons eigen bamboehuis met palmbladeren dak. En dat alles inclusief huiskat, uitzicht op de rivier en hangpotten met reuze-orchideeën. Zin gekregen? Wel scharrelt er 's nachts van alles rond, in en over het huis. Muurkikkers met plakvoeten, andere spinnen dan thuis, en nog wat grotere organismen op het dak. Onze padvinder blijft daar wel relaxed onder, maar natuurmens Maartje slaapt toch iets lichter. Absoluut ecologisch verantwoord - mooi en aan te raden - deze finale van Cambodja.

Junglebiking (zie fotoalbum)

Een bewogen weekje

Dit is wel de ultieme plek om een nieuwe blog te beginnen, in de ‘Foreign Correspondents Club’ in Phnom Penh. Hier huisden in roerige tijden van Cambodja alle bekende journalisten. En hoewel nu gerenoveerd - heel Phnom Penh was immers onttakeld door de Rode Khmer - en toegankelijk voor toeristen, zit de U-vormige bar en het dakterras nog elke avond vol met expats, diplomaten en journalisten. Maartje is al twee dagen vooruit gereisd en is in Kampot. Morgen reis ik haar achterna en beginnen we samen aan de zuidkust van Cambodja. Ondertussen kijken we terug op een bewogen en mooie week. Het was onrustig thuis, Maartjes oma worstelde (en worstelt) met hartproblemen en mijn oom ligt al bijna drie weken knap beroerd in het ziekenhuis. En ook hier stond weinig stil.

We begonnen een week geleden met twee dagen les geven op een klein schooltje. Via Bob en Claire, twee Australiërs in Siem Reap, komen we in contact met mr. Daaro, een Boeddhistische monnik. In zijn pagoda verzorgt hij - samen met een paar andere monniken - dagelijks Engelse les voor de allerarmste kinderen. Alle kinderen gaan hier naar school, maar voor Engelse les moeten ze extra schoolgeld betalen. Voor deze kinderen gaat dat niet uit en daarvoor biedt Daaro een vangnet.
Daaro is trouwens een absolute knuffelmonnik; hoewel niet voor Maartje aangezien de monniken vrouwen - gelukkig met uitzondering van hun moeder - niet mogen aanraken. Het schooltje, een kleine vijf kilometer buiten Siem Reap, is maximaal simpel van opzet. Het gaat hier duidelijk om de inhoud en zeker nog niet om de vorm. Daaro, Kuhn en Kun zijn enorm enthousiast dat wij twee dagen willen mee draaien. Zo enthousiast dat ze direct het volledige lesprogramma - drie keer een uur achtereen - in onze schoot werpen. Weg structuur, weg lesprogramma en dat terwijl we eerst even mee dachten te kijken. De eerste dag praten we vooral met de kinderen, allebei een eigen klas. Als we naar huis rijden in de tuk tuk, vermoeid van alle indrukken, weten we dat we voor de volgende dag toch echt met een lesprogramma moeten komen. We verzinnen en zoeken woordspelletjes en printen kleurenfoto’s van Nederland uit op A4 om de kinderen over te laten praten. Op het laagste niveau betekent dat aanwijzen, woordjes leren en opschrijven op het bord. Op het hoogste niveau staan we de werking van molens en dijken uit te leggen en komen hele gesprekken op gang. Uiteindelijk gaat het om uitspraak, om enthousiasme en om het beetje extra vertrouwen en motivatie dat we de kinderen mee kunnen geven. Voor ons een prachtige, blije en leerzame ervaring. Hoewel we ons na twee dagen - en een al bijna moeilijk afscheid van de monniken en de kinderen - goed beseffen dat het er maar kort zijn in veel opzichten te kort schiet. We zijn blij dat we voor ons volgende project in Chiang Mai meer tijd maken. Lees meer over de complexiteit van goede doelen in Cambodja in de coachcultures blog.

Een dag later huren we twee fietsen en rijden we rond in de omgeving. Langzaam nemen we - na tien dagen - afscheid van Siem Reap. De volgende morgen vroeg reizen we per boot naar Battambang. Over een binnenmeer en een rivier zien we het binnenland van Cambodja. Veel armoede, prachtige beelden, drijvende dorpen, lachende gezichten en leven om en vooral in de rivier. In Battambang huren we een moto (100CC-scooter) en waaien we een dag uit in de ruime omgeving. Het leverde ons een heerlijke dag op; ontdekken van mooie plekken en verdwalen in het achterland.

Dan de bus naar Phnom Penh. Over deze stad gaan veel verhalen, die op z’n zachtst gezegd het gevoel geven dat dit niet de plek is om heel lang te blijven hangen. Maar bij aankomst ontstaat een heel ander beeld. De stad is laag, ruim opgezet, overzichtelijk en vriendelijk. Een grote Aziatische stad waar je de lucht kunt zien en niet verdwaald in Chinatown. Ook een stad die het Amsterdam van Azië wordt genoemd, vanwege de prostitutie, de drugs die je overal aangeboden worden en de aparte attracties. Nu Maartje in Kampot zit ben ik al meerdere keren gevraagd of ik zin heb om ergens op het platteland een AK-47 leeg te schieten op een koe of een varken. De tuktuk chauffeurs draaien hun blaadjes met touraanbiedingen om en allerlei dubieuze attracties komen voorbij. En blijkbaar zijn er ook nog toeristen die er op in gaan.
Maar Phnom Penh is vooral de plek die ons laat ervaren wat de Rode Khmer met Cambodja heeft gedaan en wat Killing Fields zijn. We bezoeken het Choeung Ek Killing Field en het Tuol Sleng Genocide museum. Het is een geschiedenis om emotioneel afstand van te willen houden, maar - net zoals met de holocaust in Europa - zijn het vooral de persoonlijke verhalen die raken. Naast het inzicht dat de Rode Khmer - tot in de jaren ’90 - haar zetel in de VN heeft mogen behouden. Tot en met een vredescongres in Parijs aan toe, terwijl de wereld al meer dan tien jaar wist wat zich heeft afgespeeld in Cambodja. Soms is politiek onbegrijpelijk onrechtvaardig.

Uiteindelijk blijkt Phnom Penh een heerlijke stad om dat alles te laten bezinken. Voor mij zijn deze dagen bedoeld om te schrijven en Maartje vind het vooral fijn om weer es even alleen te zijn. En ja, we vinden het allebei lekker om even een paar dagen geen rekening met wie dan ook te hoeven houden. Maar bovenal voelt het goed om elkaar ook zo ruimte te kunnen geven dit jaar. 
 
Inmiddels zijn we samen in Kampot; blij, bijgepraat en uitgeblogd. We kijken terug op een mooie en intense week. Nu uitwaaien aan de kust.

Op de scooter (zie fotoboek voor meer!)

Tempels en tuktuks

Zo,dat was een mooie overgang: van de slangen en verlatenheid van Australië via de gekte, diversiteit en overvloed van Bangkok naar krokodillen, armoede en een overvloed aan tuk-tuks in Cambodja. We zijn aangekomen in het land van de Khmer en inmiddels al bijna een week in Siem Reap. In dit stadje draait bijna alles om het achtste wereldwonder: tempelcomplex Angkor met als beroemdste tempel Angkor Wat.

Ja,een hele week! De vertraging is ingezet. Heel bewust blijven we langer op één plek. Sander ziet zijn aandeel reizen in de week tot Chiang Mai graag teruggeschroefd tot de helft. Zo blijft er een andere helft over voor het maken van plannen en uitwerken van ideeën. Bovendien geeft dat andersom weer meer ruimte om van de reishelft echt te genieten. En zo blijven we bovendien de kleine dingen onderweg opnemen. En voor mij - Maartje - geldt dat eigenlijk ook. Ik wil zo af en toe meer bezig zijn met de vraag: wat na de reis? Ondanks dat we misschien wel zeeën van tijd hebben en echt aan van alles toekomen (zie bijvoorbeeld onze nieuwe pagina met leeslijst), merken we dat het goed is om voor deze vragen bewust tijd te maken.

Bovendien geeft langzamer reizen ons ook weer een ander oog voor de omgeving. De meeste toeristen blijven maar een paar dagen in Siem Reap, met name om Angkor te bezoeken. En veel van hen komen daarnaast helaas niet veel verder dan 'Pub street' - een straat met alleen maar pubs en restaurants - waar je voor weinig geld heel erg dronken kunt worden en Lavazza espressootjes kan nippen. Wij merken dat we - alleen door hier in alle rust te zijn - al veel meer zien. Zo ontdekken we allerlei positieve initiatieven en ontmoeten we steeds meer mensen die ons een kijkje kunnen geven in het (harde) Cambodjaanse leven. En we hebben tijd genoeg om het onderscheid te leren zien tussen bedelen en bedelen.

Want hard, dat is het leven hier. Cambodja is nog steeds een derde wereldland of - moderner uitgedrukt - één van de minst ontwikkelde landen ter wereld. Een bezoek aan de bizarre historische rijkdommen van Angkor staat in schril contrast met het leven van vandaag. Maar hoe kan het ook anders? Na tientallen jaren van oorlog, onderdrukking en genocide, zijn veel mensen hier vooral bezig met overleven. Goed onderwijs is nog niet bereikbaar voor iedereen en er is (terecht) nog steeds weinig geloof in de politiek. En - niet onbelangrijk - er is geen georganiseerd vangnet voor de allerarmsten. Hoewel veel Boeddhistische monniken en vrijwilligers goed werk doen.

Maar Cambodja is zeker ook in ontwikkeling, het land begint langzaam op te krabbelen (lees ook de coachcultures blog van Sander). In Siem Reap zien we initiatieven van de grond komen die leunen op samenwerking en gemeenschapszin. Een goed voorbeeld is het restaurant Haven - net drie weken open - waar we inmiddels twee keer gegeten hebben. Twee Zwitserse dertigers geven wezen die uit het weeshuis groeien, een horeca-opleiding (theorie en praktijk), een plek om te wonen, en ondersteuning bij het vinden van een baan na afronding van de opleiding. Het personeel is als familie, de initiatiefnemers zijn de schakel tussen de keuken en de bediening en het plezier straalt er vanaf. In maximaal drie jaar moet Haven 100% Cambodjaans zelfvoorzienend zijn. Wij geloven erin, al was het alleen maar omdat het eten is beter dan waar ook in Siem Reap. En ja, eten smaakt ook sowieso al beter nu we weten dat het geld op deze manier besteed wordt. Helaas zijn er ook andere voorbeelden. Onder invloed van het groeiende ‘Voluntourism’ (vrijwilligers-toerisme) worden hier weeshuizen geopend waarvoor de allerarmste kinderen bij hun ouders weggekocht worden. Alleen maar om een stroom van geld en aandacht van rijke toeristen op gang te brengen. Perverse effecten van op zichzelf positieve ontwikkelingen. De website van Thinkchildsafe geeft achtergrondinformatie. Wat dat betreft is Siem Reap wel een lastige plek om een eerlijk beeld van Cambodja te krijgen. Door het toerisme is er een groot verschil tussen wat wij de voorgevel en de achtergevel noemen.

Het toerisme verklaart in elk geval ook de overdaad aan tuk-tuks hier. Sommige chauffeurs brengen dagen slapend in hun tuktuk door, wachtend op een mooie klus. Maar als je bedenkt dat we voor een dagje Angkor met de tuktuk ongeveer 15 dollar betalen - en dat afzet tegen een gemiddeld Bruto Nationaal Produkt per hoofd van de bevolking van 2000 dollar per jaar - dan heeft een tuktuk-chauffeur aan drie dagen Angkor per week al een bovenmodaal inkomen. Maar hoewel een tuktuk-chauffeur niet elke dag hoeft te ‘scoren’, hij zal je geen moment voorbij laten lopen zonder het te proberen. Een - ongetwijfeld rijkere - lokale ondernemer heeft daar handig op ingespeeld met t-shirts met opdruk: 'no tuktuk today (and tomorrow)!

Al met al nog genoeg te ontdekken voor ons in Cambodja. Even fietsen rond Siem Reap is een aardig voorproefje. Buiten het centrum zijn de huizen algauw niet meer van steen en speelt het hele leven zich buiten op straat af. En tijdens een avondwandeling naar het verder naar buiten gelegen Guesthouse van Paul en Esther - een reizend Nederlands stel dat we tegen kwamen bij Haven - vingen we een glimp op van een heel ander nachtleven; problemen genoeg hier. Terug naar de krokodillen: op de binnenplaats achter ons Guesthouse ontdekken we een vervallen zwembad met een complete farm krokodillen-leren-tasjes in de maak. Hebben we toch even achter de voorgevels van Siem Reap kunnen kijken…

In Angkor (zie fotoboek voor meer!)

Urbanistan

Grote steden, op reis moet je ze tegen komen én op je in laten werken. Ze zijn niet te missen, want om de zoveel tijd verplaatsen we ons over een grotere afstand. En dat betekent doorgaans dat we een grote(re) stad opzoeken voor een vliegtuig, trein of boot. Maar vaak zijn het juist ook de steden waar de mensen en de cultuur van een land in alle hevigheid en verschijningsvormen voorbij komen. En hoewel we meestal na een paar dagen weer verlangen naar ‘buiten’, vinden we het doorgaans heerlijk om op deze manier een land binnen te laten komen.

Nu ook - en gelukkig maar, want het is echt even Urbanistan voor ons. De afgelopen weken waren we achtereenvolgens in Perth, Sydney en nu Bangkok. En hoewel daar - zij het onbedoeld - toch echt wel een voorzichtige opbouw in zit, zijn er maar weinig plekken op de wereld die een overdaad aan stedelijkheid over je uitstorten zoals Bangkok dat doet. Perth is een miljoenenstad, Sydney een echte Metropool en Bangkok is nog veel meer dan dat. Het begint al bij het gevoel dat je bekruipt op de eerste dag: geen idee waar we moeten beginnen als we de stad weer uit willen reizen of waar het centrum ligt (als je al überhaupt van één centrum kunt spreken). Bangkok heeft op het eerste gezicht - de eerste anderhalve dag - niets van de ordening, de gelaagdheid en de structuur van steden als Perth en Sydney. Dat zijn steden waar je binnen een dag of twee thuis bent en je weg als vanzelf vindt, lopend of met het openbaar vervoer. En vooral Sydney was een heerlijke stad met mooie uitzichten, architectuur, uitgaansmogelijkheden en fantastische parken (waar massaal getrouwd wordt en ook wij een traantje mochten wegpinken ;-)

En nu zijn we hier in Bangkok, een driedimensionaal doolhof waarbinnen je lopend of per boot, bus, taxi, scootertaxi, tuktuk, skytrain of metro ergens komt, onder de voorwaarde dat je weet waar je wilt zijn. Hoewel doelloos ronddwalen ook een prima dagbesteding is. Op het eerste gezicht is Bangkok een totaal onleefbare en onhoudbare stad. Maar niets is minder waar. Want Bangkok is niet alleen maar uit zijn voegen gebarsten, Bangkok is ook nog eens enorm compact. Het klinkt als een tegenstelling, maar dat is het niet. Want ongeacht waar je in Bangkok bent - enkele uitzonderingen daar gelaten - vind je werkelijk alles wat je nodig hebt binnen een straal van 500 meter - en op bijna elk moment van de dag. Dat is een kwaliteit waar Nederlandse stedenbouwers alleen maar van kunnen dromen. Overal kun je eten, drinken, massages halen, geld wisselen, consumeren van levensmiddelen tot elektronica en wat dan al meer. Als je dan een fijne plek hebt gevonden kun je prima leven in een stad als Bangkok. Wat niet weg neemt dat de houdbaarheidsdatum soms echt al voorbij lijkt, bijvoorbeeld als we prachtige gevels zien die van onder tot boven met airco’s behangen zijn. Of als ’s ochtends tussen vijf en zes een muur van geluid begint aan te zwellen en de motoren van de stad beginnen te ronken.

Maar nu we hier toch zijn, laten we dan vooral observeren en ook genieten. Vanuit ons relaxte hostel - Shanti Lodge - net ten noorden van de drukkere oude stad, kunnen we per boot de hele stad doorkruisen. De rivier is veruit de beste manier om afstanden af te leggen in de stad. Bus 53 bracht ons in een krap uur een ruime kilometer langs het volledig vastgelopen zuidelijke centrum. En hoewel in de drukte van deze stad veel minder rust te vinden is dan in de prachtige parken van Sydney en Perth, zorgt Azië direct voor wat ontspanning. Dat heeft zeker ook iets te maken met de lagere kosten voor levensonderhoud hier. De hoge prijzen in Australië jaagden ons toch wat te veel op om met elke dag wat te doen. Hier gaat - kleine hapjes etend en drinkend op straat - de dag voorbij. En om de een of andere reden lijkt er dan ook nog meer ruimte in de randen van de dag te zitten.

Bangkok is een bizarre mix van lokaal en mondiaal. We beseffen ons dat we nog niet in het echte Zuidoost Azië zijn aangekomen. Veel te ontdekken. Morgenochtend vroeg vertrekt onze trein - weg uit Urbanistan - naar de Cambodjaanse grens. Een stoptreintje, dus rustig aan. Dat lagere tempo - wat ons ruimte biedt om naast het reizen meer en meer aan onszelf toe te komen - dat nemen we graag mee Azië in.

Buddha's in Bangkok (zie fotoboek, ook voor Sydney!)

Op een kangoeroe-eiland

Australië - uitgestrekt, groot en eindeloos (love it or hate it!) - is een land van extremen. Van het onbuigzame klimaat met bijpassende extreme natuur en wildleven tot en met de moeilijke geschiedenis en de aanpassingsproblemen van haar inwoners. Het land maakt een enorme economische groei door, vooral gedreven door metaal- en goudwinning en een veelheid aan rijke buitenlandse investeerders. Een beetje mijnwerker verdient al snel 150.000 dollar per jaar. Andere sectoren moeten wel mee gaan om nog aantrekkelijk te zijn op de arbeidsmarkt. Aan de prijzen in de supermarkt (3 euro 60 voor een fabrieksbrood, 80 eurocent voor een tomaat en 2 euro 50 voor een komkommer) zien we hoe goed het gaat met Australië. Voor wie het interessant vindt, zie hier een vergelijking van 'cost of living' wereldwijd.

Maar wie zijn de Australiërs eigenlijk; de Aboriginals of de kolonisten? Aboriginals krijgen niet de ruimte om hun leven te leven en de kolonisten (blanken) lijken op geen enkele manier bij of in het land te passen. Wij merken het ook, we zijn allesbehalve aangepast aan het klimaat, de natuur en het land. Met kerst verblijven we in het B&B van Barry. We krijgen een derde kerstnacht kado en ontmoeten zijn moeder en tante van respectievelijk 90 en 88. Tante vertelt over het harde leven van de kolonisten - het leven van haar moeder - en over hoe de mensen hier vandaag de dag niet meer kunnen leven zonder huis met airco en auto met airco. Dat kan zo toch niet door blijven gaan? Maar de kolonisatie is doorgezet - economisch succes houd je niet zomaar tegen - met als dieptepunt de gestolen generatie. Barry is eind-vijftiger; het gaat om zijn generatie. En hoewel Australië objectief - volgens CNN - op de tweede plek van meest gelukkige landen staat (na Noorwegen), komt het op ons zo niet over. Hoe goed het ook gaat, de Australiërs hebben er geen goed gevoel bij.

Met al die ruimte gebeurt het hier toch vooral in de steden. Daarbuiten is het ver weg, leger en heeft het leven een ander tempo. Wij merken het ook. In Perth zijn we zo, maar dan? De rest van mooi West-Australië bereik je alleen per auto of vliegtuig. De Greyhound rijdt tussen steden, niet naar waar we willen zijn. En dus: opnieuw een roadtrip! Nog voor de kerst brengen we drie dagen in het Margaret River wijndistrict door en na de kerst rijden we naar het noorden. Maar rustig aan, ook wij zijn onaangepast. En dus in de airco - vanwege de ruim 40 graden föhn buiten - omhoog langs de kust.

Australië is een dagelijkse dosis Animal Planet; al op de eerste dag staan we oog in oog met een grote bruine slang (King Brown) en daarna rollen we door in andere slangen, kangoeroes, emoes, dolfijnen, zeeolifanten en geiten (wacht tot de stofwolk opgetrokken is, er kan nog een geit komen…). Australië is voor ons een beeldverhaal, dus kijk vooral naar de foto’s om een beter idee te krijgen van onze weken hier. Voor wie graag op de kaart volgt; ten noorden van Perth hebben we Pinnacles Desert, Monkey Mia in Sharks Bay en Kalbarri National Park bezocht.

Ondanks de mooie plaatjes hebben we al wel vrij snel besloten om onze tijd hier in te korten. We vertrekken ruim twee weken eerder naar Azië. Dat heeft vooral te maken met de enorm snelle leegloop van ons jaarbudget. De Australische dollar is nog nooit zo duur geweest voor Europeanen; zelfs elke dag niets doen is hier ‘over budget’, zie o.a. de supermarktprijzen hiervoor. En ergens speelt het missen van onze eigen sociale (reizigers)omgeving - de backpackers zijn hier wel heel erg laid-back en weinig ondernemend - ook wel een rol.

Maar al is het dan maar kort, uiteindelijk is het is goed om hier even te zijn. Sommige dingen moet je gewoon ervaren, zoals de extremen en de tegenstellingen in dit land. Van de dagelijkse Animal Planet tot het yupperige picnicken in Kings Park in Perth. Van de schaamte voor de eigen geschiedenis tot het onverholen racisme van het volkse Australië. Van de enorme ruimte en uitgestrektheid tot de 1.90m x 1.20m in onze micro-camper. Van het dieprode tot het hagelwitte zand. Van de ogenschijnlijke vrolijkheid van de Australiërs tot de plotselinge somberheid als je even doorvraagt. Van de levensstijl van de stedelingen tot de levensstijl van een deel van de overgebleven Aboriginals. En van de enorme omvang van dit continent tot de collectieve eilandmentaliteit. Love it or hate it!

Sharks' Bay (zie fotoboek voor meer Australische fauna!)

Merry Christmas and a Happy New Year!

Bijna kerst! Wij zijn de komende dagen aan het strand te vinden in Fremantle (Australië) en verwennen onszelf met een fijn B&B. Maar de kerstgedachte ontgaat ons dit jaar zeker niet: dagen om aan jullie te denken.

We wensen je fijne kerstdagen en een gezond en liefdevol nieuw jaar. Ons mantra voor 2012:
Live simply - give more - expect less

Geniet van de komende dagen en tot snel ziens op deze blog!

Maartje & Sander

Santa baby!

Stad met een hart

De laatste Lonely Planet van Nieuw-Zeeland is vlak voor de grote aardbeving bijgewerkt. Waar vroeger een hostel annex camping was, rijden we nu tussen hoge dranghekken een doodlopende straat in. Het voormalige stadshart van Christchurch is nu ‘red zone’, wat nog het meest doet denken aan oorlogsgebied. Het lijkt een stad zonder hart - een spookstad - deels ingestort en deels onbewoonbaar verklaard. Het voelt heel bevreemdend om de puinhopen van een moderne stad te zien. Meerdere breuklijnen hebben de stad verdeeld in twee groepen: direct en indirect getroffenen. Want al snel is ons duidelijk dat in Christchurch hoe dan ook iedereen is getroffen. Iedereen kent wel iemand, en het sociale leven is nog steeds ontregeld. En naast de honderden slachtoffers, is de materiële schade en de voelbare schade in het dagelijks leven enorm. Het zal de stad nog zeker tien jaar kosten om voorzieningen en infrastructuur te herbouwen. Hoewel wij denken dat het nog wel langer kan duren; totdat voldoende neuzen dezelfde kant op staan en geschillen en verzekeringskwesties zijn opgelost.

En al zou je willen, je komt er niet aan voorbij. De mensen in Christchurch hebben het hart op de tong, nog elke dag de behoefte om gebeurtenissen te delen. Het zijn al die persoonlijke verhalen - op straat en in kunst, in boeken en in films - die ons duidelijk maken dat de stad juist een heel groot hart heeft. Het aantal initiatieven om elkaar te helpen is niet te tellen. Het meest bekende voorbeeld is het georganiseerde leger studenten, dat op vrijwillige basis bijspringt waar hulp nodig is. Zoals in de ouderenzorg bijvoorbeeld. Gewoon, boodschappen doen voor mensen die de deur niet meer uit komen. Of structureel bijspringen waar ambulante zorg door omstandigheden tijdelijk niet kan worden geleverd. Op de thee bij Hazel en Warwick - de ouders van David, die we samen met Amelia leerde kennen in Bolivia - worden deze en andere verhalen voor ons persoonlijk gemaakt.

De dagen daarna brengen we door op Banks Peninsula, in de ‘bach’ van Hazel en Warwick. Zo hebben we ineens de sleutel van een geweldig buitenhuis dat ogenschijnlijk middenin het Engelse Lake District staat. Het lijkt een lange weg van een toevallige ontmoeting in Bolivia naar hier, maar niets is minder waar. Hazel en Warwick zetten ons met twee voeten op ultiem gastvrije Nieuw Zeelandse bodem. En hadden we de Nieuw Zeelanders in onze vorige blog nog saai genoemd? Hazel en Warwick saai? Geen moment! Altijd fijn als iemand het tegendeel voor je bewijst ;-)

Zoals gezegd, het Peninsula had Lake District kunnen zijn, het weer inbegrepen. Maar als je lekker huisje kan spelen, wat maakt een beetje regen dan uit. Laat dat ‘beetje’ op het zelfde moment maar weg voor een ander deel van het Zuidereiland. Terwijl wij ons laven aan wijn en Franse kaas, wordt de omgeving van Nelson en het Abel Tasman park letterlijk geteisterd door de meest hevige regenval in dertig jaar. Door landslides worden wegen weggespoeld en huizen minstens tijdelijk onbewoonbaar. Het net geopende rampenfonds van Nieuw Zeeland wordt nog wat extra aangesproken. In de krant zien we bekende beelden, maar nu anders. Op de camping in het Abel Tasman park - waar we anderhalve week geleden stonden - zijn nu meerdere campervans ingesloten. De enige toegangsweg is weggespoeld. En reken daar niet op mobiele dekking of een winkel op de hoek… Zo avontuurlijk kan het ook zijn!

Wij vinden het stiekem heerlijk om de camper achter ons te laten, even wat meer leefruimte. De wereld is te groot om vanuit een Toyota Hi-Ace te bekijken. En sommige dingen moet je zo af en toe weer even ervaren, zoals de beperkingen van vrijheid op wielen. Wel kijken we terug op een heerlijke vakantie van het reizen, opgeladen en uitgeslapen. Een Allo-Allo Fransman in ons Jailhouse-hostel vatte Nieuw Zeeland goed samen. Wil je mensen ontmoeten of de natuur in? Voor het eerste is Zuidoost Azië vast en zeker de betere bestemming. Voor het tweede is Nieuw Zeeland erg moeilijk te overtreffen.

Meer kaarten? Klik hier!

Laid-back (in de comfortzone)

Als we het Noordereiland verlaten en het Zuidereiland oprijden, verandert er iets. Het voelt zachter, oogt groener en afwisselender en is (nog) leger. Wat ook anders voelt, is dat we - voor het eerst sinds Buenos Aires - reizen met een concreet doel. We gaan langs bij Hilbrand en Marijke. Hilbrand was - alweer even geleden - de eerste stagiaire bij pa (Piet) van der Eijk. In de jaren ’70 zijn Hilbrand en Marijke samen naar Nieuw-Zeeland vertrokken, waar Hilbrand een hoveniersbedrijf is begonnen. We krijgen een warm welkom. Zo zijn we ineens - net als thuis - Hollands op bezoek, met een wijntje op de bank. We slapen op de drive, om de volgende dag door Hilbrand in de omgeving te worden rondgeleid. Als we weer vertrekken, zijn we stapels lokale kennis en reisideeën rijker.

We wandelen in het prachtige Abel Tasman National Park, rijden over de Lewis Pass naar de westkust, bezoeken de Pancake Rocks, slaan de Franz Jozef en de Fox gletsjer niet over en belanden uiteindelijk in het alweer even adembenemende Aspiring National Park. En nu liggen we languit tussen de backpack-meute in het levendige en relaxte Queenstown. In dit buitensport-vakantieland komt er geen einde aan de plekken om te zijn - en dat allemaal in een weekje tijd.

Toch is er iets wat er - voor ons - voor zorgt dat Nieuw-Zeeland maar niet echt spannend wil worden. Geen moment worden we echt uit onze comfortzone getrokken. Is het de camper waar we in slapen, eten, borrelen, lezen én reizen? Missen we de flexibiliteit van het backpacken of de stroom van ontmoetingen met medereizigers? Ja, dat klopt wel. We kijken er naar uit om ons weer te kunnen verwonderen over verschillen. Nieuw-Zeeland lijkt - met uitzondering van de geweldige natuur - misschien iets te veel op Nederland. Maar het is ook nog iets anders, iets in de mensen hier. De Nieuw-Zeelanders - doorgaans onvoorstelbaar relaxed - zijn stiekem enorm conflictmijdend. Alles en iedereen beweegt zich in de eerdergenoemde - ietwat te gemakkelijke - comfortzone. Dat brengt op zichzelf veel goeds met zich mee, zoals bijvoorbeeld de manier waarop Nieuw-Zeeland de verhoudingen met de Maori herstelt. En ook als backpacker of buitensporter kan je een geweldige plek vinden in die relaxte wereld. Maar het is ook wel een beetje slaperig en wat weinig gewaagd. Overheden en instanties maken dat op zichzelf al heel veilige sfeertje af met heel veel aandacht voor veiligheid. Allerhande regels, borden en ongevraagde adviezen maken zelf nadenken - of de discussie aan gaan met elkaar - zonder meer overbodig. De veiligheidskaart wordt gespeeld tot en met het spannen van een waslijntje op de camping, einde discussie ;-)

Maar, gelukkig geen ‘beveiligde’ samenleving zonder een paar gepaste rafelrandjes. Voor ons verklaart die enorme comfortzone hier veel van de onophoudelijke reeks aan levensgevaarlijke actiesporten die je Nieuw-Zeeland biedt. De kiwi’s zijn sportief tot in extremen, hardlopend en fietsend van en naar het werk, trainend voor hun jaarlijkse coast-to-coast-race. De Zuidereiland mannen zijn hier groot en macho, type ruwe bolster blanke pit: hi there mate! Maar mannen met een uitgesproken mening, die vinden ze hier ‘intimidating’. En dan is er ook nog de rijstijl (en het inhaalgedrag in de bochten - niet bepaald veilig) van sommige Nieuw-Zeelanders, met nog meer verkeersborden tot gevolg.

We gaan nog een ruime week van deze prachtige comfortzone genieten. En onderweg naar Christchurch doen we vast nog meer geweldige flora aan en zien we hopelijk ook nog wat meer fauna; voor óns de meest uitgesproken ingrediënten van Nieuw-Zeeland.

Ochtenduik (zie fotoboek voor meer!)

Dansen op de vulkaan

Daar zijn we dan - Noordereiland, Nieuw Zeeland - een plek waar het voor ons vrij plotseling even stil viel. Geen duidelijk doel voor ogen, hooguit een vaag verlangen om hier te zijn en tijd en ruimte genoeg om daar even in weg te zakken. De eerste dagen bracht ons campertje - een Toyota uit de (vroege) jaren ’90 van de vorige eeuw - ons via de Bay of Islands en de Kauri bossen naar Auckland. Wat voor ons een plek werd om even een dag onze eigen weg te gaan. Maartje belandde in de bioscoop en Sander dompelde zich onder in de nieuwe Auckland Art Gallery. Een dag die we allebei nodig hadden om ons te beseffen dat we even niet zoveel hoeven nu. Ondanks de immense hoeveelheid dingen om te zien en te doen hier, mag het van ons wel even wat huiselijker. En dus geen 4 uur rijden per dag en al helemaal geen checklist met wat niet te missen.

Wat wel? Tijd om te lezen, wat langer op een plek te zijn, yoga voor Maartje, schrijven en sporten voor Sander en vooral tijd om even wat meer met onszelf bezig te zijn. Onze ‘freedom camper’ draagt zeker bij aan de huiselijkheid; alleen de waxinelichtjes ontbreken nog (TL is ook niet alles ;-).

Inmiddels zijn we een ruime week hier en begint de tijd voor onszelf lekker door te werken. En ook wennen we aan het weer terug zijn in een westerse cultuur. Dat is wel even schakelen; van de prijzen in de supermarkt tot de (over)organisatie en het intensieve toerisme. Voor ogenschijnlijk elke bezienswaardigheid staat een hek, een informatiebord en een kassa. Ook internet en wifi zijn – gek genoeg - veel minder voor handen dan in Zuid-Amerika. En waar het is, moeten er meestal eerst een paar dollars rollen. En over de vele regels en ongevraagde adviezen hebben we al iets gezegd in onze vorige blog. Ook dat lijkt wel wat op Nederland.

Maar nu de gewenning doorzet, krijgen we weer oog voor de pracht en de vriendelijkheid van Nieuw-Zeeland; voor veel Europeanen het ultieme vakantieland. We zijn nog maar een week onderweg, nog niet eens in de buurt van het Zuidereiland, maar zelfs nu is de natuur al overal. Het is alsof we continu door de meest geweldige, enorme achtertuin rijden. Dat nodigt uit tot prachtige wandelingen en ontelbare andere buitensportmogelijkheden. Alleen in Nieuw-Zeeland kan Sander zijn hardlooprondje uitbreiden met een dip in een natuurlijke warm-water-bron, om daarna stroomafwaarts de rivier af te zwemmen naar de camping. En waar anders kun je een autorit onderbreken voor een kwartiertje poedelen in de warme Kerosine Creek?

Natuur betekent soms ook regen en wind. Zo kregen we nog wat extra huiselijkheid kado, doordat we moesten wachten op een venster om de Tongariro Crossing te lopen. Deze dagwandeling wordt een van de mooiste ter wereld genoemd. De vulkanentocht brengt je in acht uur tijd langs kratermonden, kratermeren, zwaveldampen, warm-water-bronnen en lavavelden. Maar zoals gezegd, het weer -winden tot 100 kilometer per uur op de crossing - maakte dat we twee dagen moesten wachten. Dat was het meer dan waard; onvoorstelbaar veel moois en bijna aanraakbaar dichtbij. Wat dan wel weer jammer is, is dat je de wandeling start met vijf busladingen tegelijk. Er stonden meer mensen in de wacht. De drukte haalt zonder meer wat van de beleving uit de tocht. Wat ons betreft mag DOC (Department Of Conservation) het maximale aantal wandelaars op het pad beperken. Zie de foto’s voor zowel de pracht, als ook de wandelaarspolonaise.

Oh ja, Tongariro heeft ons geleerd dat we inmiddels behoorlijk fit zijn. Maartje heeft de crossing zeven jaar geleden al eens gemaakt en was daar net een beetje van bijgekomen. Maar ditmaal met twee vingers in haar neus. En omdat we lopend zowel aan onszelf als aan de omgeving toekomen, beloven we onszelf - ondanks dat we even niet zoveel hoeven - toch stiekem al een meerdaagse trekking op het Zuidereiland.

Tongariro Crossing (zie fotoboek voor meer!)
Voor wie het interessant vindt: meer over het omschakelen lees je in Sanders’ blog ‘difference fatigue’.

Contrast

Als we geneigd zijn scherper te zien als het contrast verhoogd wordt, dan moet dit een goed moment zijn om terug te blikken op Zuid-Amerika. Hier zitten we dan, in Nieuw-Zeeland, voor ons campertje, aan waarschijnlijk de rustigste baai van de Bay of Islands. Geen rugzak om op te letten, spullen uitgepakt en zelfs voorzien van twee luie campingstoelen. Op het eerste gezicht ineens weinig uitdagend, maar tegelijkertijd opent het allerlei nieuwe mogelijkheden. Wat we met die mogelijkheden gaan doen, dat laten we nu langzaam op ons inwerken.

Terug naar het contrast. Wat barst het hier ineens van de regels! (en ze worden nog gehandhaafd ook…) Dat geldt niet alleen voor de douane, ook de checkout-time betekent hier ineens iets. Verder vallen ons de vele bordjes op bij elke baai en op elk strand; een bijna Hollandse organisatiegraad. Gelukkig spreken alle regels hier voor meer dan voor zich; en kunnen we alle tekens rustig negeren ;-)

Maar het eerste contrast maakt wel iets duidelijk over wat Zuid-Amerika zo mooi maakte voor ons. De weinige vanzelfsprekendheden maken het reizen elke dag tot een kleine of grote uitdaging, wat het onmogelijk maakt om je ook maar een moment te vervelen. Verder was het beperkte aantal regels waar we mee te maken hadden verfrissend. Mensen zoeken het wel met elkaar uit; en dat gaat negen van de tien keer prima. En een bijkomend voordeel van de weinige geschreven regels is dat het mensen minder afstandelijk lijkt te maken. Zonder regels worden sociale vaardigheden immers een stuk belangrijker om er goed met elkaar uit te komen.

En verder?
-        Hoogtepunten voor ons waren zonder twijfel de Salar de Uyuni en de vierdaagse jeeptocht die daaraan vooraf ging en de W-trek in Torres del Paine. Voor ons ongeëvenaard mooie natuur en zonder meer fantastische gebieden om er meerdaags uit te zijn.
-        Zoals gezegd heeft het onderweg zijn door Argentinië, Bolivia, Peru en Chili ons nooit verveeld. En dat is maar goed ook, want alles bij elkaar hebben we er toch een kleine 16.500 kilometer afgelegd.
-        Vooraf waren we door velen gewaarschuwd voor het risico van diefstal en al dan niet gewelddadige overvallen. Reizigers met slechte ervaringen onderweg doen daar nog een schepje bovenop; al was het alleen maar omdat ze zelf de ervaring nog niet verwerkt hebben. Onze ervaring op onze route is wat dat betreft vooral goed. Als je niet al te naïef bent - vooral blijft luisteren naar de kleine stemmetjes van binnen - en groepsdruk negeert - dan blijven de risico’s beperkt tot het domweg op de verkeerde tijd op de verkeerde plek zijn. Dat kan iedereen overkomen. De keren dat we de stemmetjes negeerden, leverde ons dat een te duur busticket voor de verkeerde bus op. Onveilig hebben we ons hooguit gevoeld in het verkeer, maar ook daar trokken we de conclusie dat een fietsvakantie hier zeker goed te doen is.
-        Vooraf hadden we geen idee of samen reizen ons zou beperken in het leggen van contacten met andere reizigers of locals. We hebben beiden eerder alleen gereisd en merkten toen hoe vanzelf dat ging. En eigenlijk was dat nu weer zo; geen belemmeringen daar. Wel hebben we ons voorgenomen om de komende maanden met iets meer regelmaat onze eigen weg te gaan.
-        Hoe dan ook hebben dik twee maanden Zuid-Amerika aanleiding gegeven voor meer. Op ons verlanglijstje staan (met stip): Colombia, Panama, Suriname, Cuba en natuurlijk de overgeslagen Machu Picchu. Over Mexico worden we om de een of andere reden maar niet eens, maar Maartje wil zeker nog die kant op.
-        Mooie afsluiter was Maartjes verjaardag - 18 november - in het vliegtuig. We stegen op 17 november rond half 12 ’s avonds op in Santiago en landden 12,5 uur later op 19 november half 5 ‘s ochtends in Auckland. Met het kruisen van de internationale datumlijn zijn we een dag kwijt geraakt (budgettair een topdag!), maar die kwijtgeraakte dag is dus ook Maartjes’ verjaardag geweest. En hoewel ‘ kwijt’ , zeker niet vergeten; in het vliegtuig kregen we om 12 uur ’s nachts een glaasje champagne en Maartje werd verwend met gezang en kadootjes van Sander en haar ouders. Daarna nog een heerlijk vliegtuigdineetje en na een uur werd het echt tijd om te gaan slapen! En na een rustige vlucht werden we op 19 november weer wakker...

Nu zijn we inmiddels een dag of vijf in Nieuw-Zeeland en de jetlag is wel weg. De indrukwekkende Kauri bomen aan de Kauri Coast hebben ons enorm welkom geheten, om daarna wat tijd te nemen in Auckland en een beetje georganiseerd te raken. We zakken nu af naar het zuiden; en wie weet morgen al de mogelijkheid om de Tongariro Crossing te lopen. Met CCR en Crosby Stills Nash & Young over de speakers, omdat kilometers vreten met ons oude busje toch echt een hippie-gevoel losmaakt…

Van hostel naar campervan...(en meer van dit)

Het einde van de wereld

Wat ‘I’m still standing’ van Elton John deed op de W-trek, doet ‘It’s the end of the world’ van REM in Ushuaia. Met deze songtekst kun je alle kanten op, maar net als voor REM is het einde van de wereld voor ons ook geen onheilsvoorspelling. Wel bijzonder: Ushuaia - in Vuurland - is het zuidelijkste stadje ter wereld. Althans, dat claimen de Argentijnen. De Chilenen houden het op Fort Williams; een net iets zuidelijker gelegen marinebasis. Het bezoek aan Ushuaia betekent voor ons dat we na Chili nog een paar dagen van Argentinië mogen proeven. De verschillen tussen de beide landen kunnen we - proefondervindelijk - steeds beter vaststellen. Ons ligt Chili net wat beter; vriendelijker, vrolijker en toegankelijker. Een aardig weetje: de andere latino’s vinden Argentijnen uitgesproken arrogant en hebben het over de ‘Fransen van Zuid-Amerika’. Is er misschien een Francofiel onder jullie die daarop wil reageren?

Maar Argentijns Vuurland is prachtig; en veel meer dan alleen maar weidse, groene vlakten en stevige, Arctische winden. De Andes buigt hier om in oostelijke richting om z’n laatste mooie trekken te laten zien. Ondertussen merken wij wel dat Torres del Paine ons behoorlijk verwend heeft, maar dat doet niets af aan Vuurland. Maartje leest onderweg ‘De reis van de Beagle’, het dagboek dat Charles Darwin bijhield. Hij schrijft uitgebreid over de flora en fauna, en over de kennismaking met de indianen in Vuurland. En hoewel Darwin meestal objectief poogde te zijn, liet hij zich hier vrijelijk uit over ‘onderontwikkelde wilden die dichterbij dieren dan bij mensen staan’. Charles heeft geweldige ideeën gehad, maar hij was blijkbaar ook gewoon een man van zijn tijd. Zijn uitgesproken mening heeft direct bijgedragen aan de ondergang - of liever gezegd uitroeiing - van deze inheemse bevolking.

In Ushuaia hebben wij ons ver van de wilde geschiedenis gehouden en - onze laatste dagen in Zuid-Amerika - rustig aan gedaan. Op verhaal komen en - zoals dat gaat met afscheid nemen van de ene plek - veel zin krijgen in die andere plek: Nieuw-Zeeland. Als lokale uitsmijter bezoeken we de pinguïnkolonie in de Otway Sound, bij Punta Arenas. Zo eindigen we ‘schattig’ in dit harde klimaat. En veel meer is er niet voor ons in Punta Arenas, want hoewel ooit een welvarende havenstad, is het beste er hier sinds de opening van het Panama-kanaal wel af. Wel was de kapper-op-reis-ervaring hier weer buitengewoon. Sander wordt vakkundig kort geknipt door een kapper met meer dan beginnende Parkinson; en is glimlachend blijven zitten ;-) Nou ja, het groeit wel weer aan…

En op de valreep toch nog wat kleine reisproblemen en openlijke leugentjes om bestwil door lokale travel agents. Tot nu toe hadden we ook eigenlijk wat te veel geluk gehad. De directe bus van Ushuaia naar Punta Arenas zou kapot zijn, waarna we collectief overgeplaatst werden naar een indirecte bus. De Israëlische toerist die een principiële poging ondernam om wat geld terug te krijgen, werd met een kluitje het riet in gestuurd. Iedereen begrijpt toch dat indirect veel duurder is, want meer materiaal- en meer manuren. En meer tijd om van de faciliteiten en de omgeving te genieten…. Daar kunnen onze OV-collega’s thuis geen speld tussen krijgen. En ook onze vlucht naar Santiago wordt op het laatste moment omgeboekt; vanwege oprispingen van de eerder uitgebarsten vulkaan. We zijn blij dat we een dag marge in Santiago hebben ingebouwd. Zo halen we in elk geval onze vlucht naar Nieuw-Zeeland. Maar hoe dan ook, alles draagt bij aan ons einde-van-de-wereld-gevoel!

Voor de reflecties op onze ervaringen in Zuid-Amerika nemen we nog iets meer tijd en afstand; vanuit Nieuw-Zeeland ongetwijfeld meer daarover. Maar voor wie het interessant vindt om even boven een kaartje te hangen, zie hier onze route. Wij nemen het er nog even van in Santiago en dan - vamos!

En voor meer ' einde van de wereld': zie fotoboek.

A walk in the park

Vrij vertaald: appeltje, eitje! Dat geldt in elk geval voor de bootovertocht van Puerto Montt naar Puerto Natales, 2.000 kilometer zuidelijker. Over de Wandeling in het park later meer! Verder bij deze blog vééél foto’s (en een uitgebreider verhaal). Het lukte ons dit keer niet om ons tot 15 foto’s in te perken. Maar voor de liefhebbers zeker de moeite waard!

In het merengebied kwamen we in de hostels langzaam maar zeker steeds meer reizigers tegen die - net als wij - met de Navimag (=boot) naar het zuiden afzakken. Zo ontmoetten we Ben en James uit Engeland, Ulrike uit Duitsland en Matthias en Nina - net getrouwd en afgestudeerd - uit Duitsland. Op de boot komen IJsbrand (Ice) en Buddy (Jan) uit Nederland daar nog bij.

Navimag vaart wekelijks van Puerto Montt naar Puerto Natales en weer terug. Wat ooit vooral een vrachtboot was, biedt nu ook ruimte aan ongeveer 250 passagiers. Op onze boot zijn dat er niet meer dan 130; gelukkig is het nog (net) laagseizoen. Vier dagen en drie nachten met ongeveer een hectare bewegingsruimte. Zo leeft de hele boot van ontbijt naar lunch naar diner naar borrel naar bed. Met onderweg alle tijd om rond te kijken, boeken te lezen, potjes te schaken, te dansen om warm te blijven, te kaarten, enzovoort. Een bultrugwalvis, tonijn, dolfijnen en albatrossen maken het af. Was Sander vooraf nog bang dat hij zich zou vervelen, achteraf waren het misschien wel de meest ontspannen dagen op onze reis. Met uitzondering misschien van de eerste uren dat de Navimag de fjorden verlaat en de open oceaan op gaat. Als de eetzaal op en neer en heen en weer gaat is het dek - met stabiele horizon - een veel betere plek om te zijn. De volgende morgen is het een stuk rustiger bij het ontbijt, maar het hoort bij de Navimag-ervaring.

Bijna iedereen op de boot maakt plannen voor Torres del Paine; het nationale park in Patagonië wat geldt als één van de belangrijkste affiches van Chili. Naar het einde van de boottocht maken wij plannen om met zes te gaan lopen. Uiteindelijk splitst het gezelschap op, omdat de helft meer haast heeft om weer verder te kunnen reizen. Wij nemen een dag meer tijd in Puerto Natales. We lopen de W-trek samen met Ulrike, een 32-jarige dokter uit Keulen. De avond voordat James, Ice en Ben vertrekken belanden we in de kroeg. Dat levert de jongens - die toch al weinig slaap hadden gehad na de laatste avond bingo, drinken en dansen op de boot - een moeizame start op de volgende dag. Wij hebben gelukkig nog een dag om uit te slapen, spullen te huren (tent, brander, matjes, slaapzak, etcetera), schoenen waterdicht te maken en eten in te kopen voor vier nachten en vijf dagen. Daar gaat de dag gemakkelijk mee heen!

Torres del Paine is bekend om de torens. In indianentaal betekent het letterlijk ‘blauwe torens’. Het gebied is grotendeels door ijs en wind gevormd, wat je goed te zien is aan de extreme en bizarre vormen. Verder is Patagonië berucht om het weer. Vier seizoenen in een dag is geen uitzondering en vooral de wind kan gevaarlijk zijn. Het landschap is open en het weer zeer veranderlijk. Iedereen die zegt te weten wat het weer morgen brengt is per definitie een fantast. Dus pakken we alles extra droog in vuilniszakken in en stellen we ons in op mooie maar onvoorspelbare dagen.

Dag één is wat dat betreft al een heel warm patagonisch welkom. Met de wind in het gezicht onderweg naar de Grey gletsjer maken we kennis met de horizontale regen. Boven ons schijnt de zon, maar door de harde wind krijgen we de regen die kilometers voor ons uit de donkere wolken naar beneden valt. Ondanks dat zijn de eerste uren leuk en maken de uitzichten alles goed. Maar vooral voor Maartje - die haar eerste trektocht met rugzak maakt - is het wel een heftige start. ’s Avonds kamperen we in de buurt van een hut, zodat we - na buiten koken - warm en droog binnen kunnen eten. Ook kunnen we onze schoenen ’s nachts bij het haardvuur laten. En omdat de wind als een föhn werkt droogt ook de tent snel op nadat het stopt met regenen. Dat levert ons dag twee de gewenste droge start op. Het waait harder dan de dag er voor, met gemiddelde windsnelheden van 75 kilometer per uur. De windstoten trekken aan je rugzak en aan je benen, meestal lachwekkend, maar soms behoorlijk dreigend. We worden stuk voor stuk bijna omver geblazen. Na een uur of vier bereiken we meer luwte. Tijd voor soep en siësta. Kort daarna ontmoeten we Ben, James en Ice, die het pad in tegengestelde richting lopen. Blije gezichten! Vooral bij Ice, die van Sander een meegedragen biertje krijgt als laat bedankje voor het koken op de avond voor hun vertrek. Daarna loopt Sander vooruit naar Campemento Italiano en zet alvast de tent op. Onze rugzakken en hoezen - en natuurlijk onze geweldige teamspirit - leveren ons die dag de bijnaam ‘Team Orange’ op.

Vanaf dag drie is het weer fantastisch, bijna on-patagonisch. Van herfst gaan we via voorjaar naar zomer. We lopen twee dagen in ons T-shirt. Het park is adembenemend mooi en geweldig gevarieerd. Een slogan van het park op internet zegt: ‘niets kan je voorbereiden op de schoonheid van Torres del Paine’. Geen leugen; de landschappen gaan van Arctisch naar alpine en dan weer van lieflijk Frans naar uitgestrekt Canadees. We zien zware lawines, prachtige kleuren, heel veel vogels en steeds weer nieuwe verrassingen over de berg of om de hoek.

De laatste - vijfde - dag vertrekken we van campemento Torres - voor zonsopgang - naar het meest bekende uitzichtpunt op de torens. Daar willen we de zon zien opkomen voordat we het park verlaten. Gewapend met slaapzakken, thee en warme melk voor ons muesli-ontbijtje, lopen we omhoog. Samen met ongeveer 10 anderen zitten we uiteindelijk aan het ijsmeer aan de voet van de Torens. Wat een uitzicht had moeten zijn verandert die ochtend in een bewolkt winterlandschap, met ijzige sneeuw. We gaan van zomer naar winter; opgeteld ons vierde seizoen in Torres del Paine. De slaapzakken komen goed van pas, zodat we langer dan de anderen van het moment kunnen genieten en bijna drie kwartier boven blijven. Dan begint de terugtocht. Rond het middaguur bereiken we de bushalte, vlakbij een luxe resort van waaruit de schoon ende frisch ruikende dagjesmensen tochten maken naar het Torres uitzichtpunt.

Niet alleen de omgeving maakt de W-trek mooi; maar zeker ook de ervaring van de vijf dagen onderweg zijn. Ook de andere mensen op de W-trek dragen daar aan bij. De W is misschien wel het meest belopen in Zuid-Amerika, na Machu Picchu natuurlijk. Maar in dit seizoen gaat het dan nog steeds om niet meer dan een kleine twintig tot dertig mensen per kampement per avond. De laatste avond levert ons dat applaus op als we - na een lange dag - lachend en zingend het kamp binnen komen. Hier ontstaan mooie vriendschappen, simpelweg doordat mensen vijf dagen ongeveer dezelfde kant oplopen en samen de ervaring van Patagonië delen. Zo hebben wij net afscheid genomen van Ulrike; maar die gaan we zeker weer ontmoeten.

En nu? Nog 10 dagen over om Patagonië te beleven, voordat we doorvliegen naar Nieuw-Zeeland. Het Zuid-Amerikaanse avontuur is nog niet over, maar wel bijna. Vandaag maken we nieuwe plannen; van Ushuaia in Vuurland en de pinguïnkolonie in Punta Arenas tot wandelen bij Los Glaciales en in El Chalten. De overgang naar een ander werelddeel maakt alleen maar hongeriger om hier nog even van elke dag in Zuid-Amerika te genieten.

En voor meer van dit soort plaatjes: zie fotoboek!

Chileense vakantie

Wat een rust! Na een kleine week in het Chileense merengebied zijn we compleet onthaast. Er is hier van alles te doen; maar dan vooral in de natuur. En dat betekent bergschoenen aan, naar buiten, ’s avonds zelf koken en lange nachten onder dikke dekbedden. Zeker heel wat anders dan het onderweg zijn van de afgelopen weken. Hier hebben we achtereenvolgens vier en drie dagen ons thuis gemaakt in een refugio, om van daaruit bossen, vulkanen en watervallen te verkennen.

En niets te vroeg. Want voor het eerst trad er een soort reismoeheid op, bij ons allebei. Het was lekker om even ergens thuis te zijn. En het was goed om alle indrukken van de afgelopen zes weken omhoog te laten komen. Het voelt echt als een Chileense vakantie hier; en dat heel toepasselijk in de streek waar de Chilenen zelf het liefst vakantie op vakantie gaan. Wat helpt bij het vakantie vieren, is dat ons tijdsbesef nu echt stevig begint te verschuiven. Zes uur in de bus is als een tussendoortje, en twee uur tellen we al niet eens meer. En anders is er na vandaag altijd nog morgen.

Een paar verhalen van de streek zijn het vermelden waard. In het merengebied hebben zich sinds midden 19e eeuw bijna 6.000 Duitse gezinnen gevestigd. Goed opgeleide migranten die gebruik maakte van een nieuwe Chileense wet die hen ruimte gaf om zich hier vrij te vestigen. Het resultaat is zichtbaar en draagt bij aan de toch al Europese indruk die we van Chili hebben. Het is alsof we in een Duitse tijdmachine stappen, met Beierse vakwerkhuizen, evangelische kerken, ‘kaffee und kuchen’ en een incidentele actieve Duitse vereniging. En hoewel de families inmiddels opgegaan zijn in de Chileense gemeenschap; de gründlichkeit is onmiskenbaar.

Een recenter verhaal is dat van de vulkaanuitbarsting, hier vlakbij op de grens met Argentinië. Gisteren en vandaag werd de zon (en het uitzicht op de vulkaan) weggenomen door de as. Maar niet zo erg als in Bariloche, over de grens in Argentinië. Daar worden nog steeds mondkapjes gedragen. Toch worden ook hier nog lokale vluchten geannuleerd. Tel daar de verwachting bij op dat de vulkaan nog zeker drie jaar actief blijft roken en het beeld van de impact is compleet. Alhoewel roken niet altijd iets hoeft te betekenen. De vulkaan bij Pucon rookt aan een stuk, met als enige impact Maartjes nachtmerries over vulkaanuitbarstingen, lavastromen, nachtelijke ontsnappingen uit huizen, enzovoort…

En dan de persoonlijke verhalen. Maartje heeft haar eerste bergtochten met goed gevulde backpack er op zitten; met meerdaags lopen in Patagonie in het vooruitzicht. Verder hebben we de afgelopen week weer fijne contacten gehad met het Nederlands/Amerikaanse thuis/vrienden-front; een 60-jarige mams (dus nogmaals gefeliciteerd!) en hele mooie berichten over een nieuwe zwangerschap. We koesteren de contacten!

Tijd om weer verder te kijken, want morgen begint een ander interessant deel van onze Chili-trip. We gaan aan boord van een boot die ons in vier dagen langs de fjordenkust naar Puerto Natales brengt, ongeveer 2.000 kilometer ten zuiden van hier. In de hostels ontmoeten we steeds meer reizigers die dezelfde (wekelijkse) boot pakken. Goed gezelschap, en dus kijken we uit naar vier mooie dagen vanuit weer een heel ander perspectief. Eens kijken wat vier dagen op een boot met ons schuivende tijdsbesef gaat doen.

Een van de vele meren! Klik hier voor meer.

Studentenprotesten in Chili

Santiago heet ons warm welkom in Chili. We vinden een plek in Barrio Brasil; ooit een dermate vervallen stadsdeel dat de stadsvernieuwers van de jaren ’70 en ’80 er aan voorbij zijn gegaan. En dat is goed nieuws. In de jaren ’90 wordt Barrio Brasil, vrijwel het enige oorspronkelijke (en betaalbare) stadsdeel, een mekka voor muzikanten en kunstenaars. Nu is Barrio Brasil de wijk van kunstenaars en studenten en zonder twijfel de meest hippe wijk van de stad. Tijdens het eten in een café ontmoeten we Eduardo en Theo, met wie we drie prima flessen Chileense wijn legen. Welkom in Chili!

Eduardo is docent Engels. Al snel komen we op de studentenprotesten. Wekelijks (op dinsdag) gaan tienduizenden docenten, studenten, ouders en arbeiders de straat op om gratis onderwijs te eisen. Hoewel Chili de grootste economie van Zuid-Amerika heeft, is een goede studie vrijwel onbetaalbaar. De lening die je er voor moet afsluiten - als je het geld niet al hebt - bedraagt ongeveer het equivalent van een huis. Bovendien bedragen de rentepercentages 30 tot 50%. Die eindjes krijg je voor je leven niet meer aan elkaar geknoopt. En al helemaal niet als je kiest voor een opleiding in kunst, literatuur of muziek.

Maar de voornaamste emoties spannen zich tussen links en rechts, tussen arm en rijk en tussen de aanhangers van Allende en Pinochet. Die emoties knallen er nu allemaal uit doordat Pinera, de eerste rechtse president sinds de hernieuwde democratie in 1990, eerder dit jaar heeft besloten tot extra bezuinigingen op onderwijs. De meeste studenten protesteren vreedzaam, maar als de oproerpolitie komt vertrekken gematigden en blijven relschoppers. De rellen worden gevoed door emoties die het land tijdens Pinochet al verdeelden. Moeilijk voor te stellen, maar rechts vindt nog steeds dat Pinochet het land economisch veel goed heeft gedaan. Voor links ligt dat anders; daar zijn in die tijd grote klappen gevallen. Eduardo vertelt ons dat links en rechts nog steeds niet mengen; niet in de cafés, niet in de wijken en niet op de universiteiten.

Maar ondanks alle emoties, uiteindelijk gaan de protesten om kwaliteit en gelijkheid van onderwijs. De rijke studenten hebben toegang tot de allerbeste scholen in Latijns Amerika, terwijl de onder- en middenklasse het moeten doen met een ouderwetse en zeer matig gesubsidieerde staatsopleiding.
We bedanken vriendelijk voor de uitnodiging om de volgende dag deel te nemen aan de protesten. De onderhandelingen tussen de stakingsleiders en de overheid zitten muurvast. Ondertussen worden sommige scholen en universiteiten al vier maanden bezet. Zo vormt zich een jaargang van puberende jongeren die al maanden geen onderwijs hebben gehad. Polderen is misschien niet het antwoord, maar op deze manier verder radicaliseren en wegzakken zeker ook niet.

Ook in Valparaiso liepen we tegen protesten aan. Hier zetelt het congres en bovendien zijn er vier universiteiten te vinden. Genoeg gehoor dus. Later hoorden we dat ook hier het einde grimmig is verlopen, maar net als in Santiago waren we op een andere plek in de stad toen de protesten uitliepen op ongeregeldheden.

Valparaiso is voor de helft een openluchtmuseum, waar de linkse sfeer overheerst: veel kunstenaars, grafittikunst, een rijk studentenleven en veel portretten van Allende. Ook hebben zich van oudsher veel immigranten gevestigd in Valparaiso; de vallei van het paradijs. Die invloed merk je ook nog, bijvoorbeeld in de actieve kerk van Duitse protestanten. Ons hostel is ook wel het vermelden waard, met stip op 1, ondanks de gedeelde badkamer :-). Opgeknapt door (opnieuw) een kunstenaar, ligt het huis op een van de 42 cerro’s (heuvels) van Valparaiso. De heuvels zijn behoorlijk steil, wat resulteert in een wirwar van steegjes, straatjes en creatieve bouwsels van huizen. Dat geldt ook voor het hostel.

We zijn maar 1 nacht in Valparaiso gebleven. En dat is ook genoeg, er begint een beetje een verzadiging op te treden. We hebben voorlopig genoeg door steden en stadjes gestruind.
Nu zijn we in Pucon in het Lake District beland, ogenschijnlijk ver weg van alle cultuur en politiek. We beginnen aan vier weken Zuid-Chili, met veel zin om onze aandacht te verleggen naar meren, vulkanen, gletsjers, bergen en ander buitenleven!

Valparaiso. Klik hier voor Santiago en de studentenprotesten.

41 uur in Peru

Dat zal voor Machu Picchu gangers onder jullie wel als beschamend kort klinken, maar we zullen uitleggen waarom het voor ons goed is. Dat begint in La Paz (Bolivia), waar ons het besef bekroop dat onze eindbestemming in Zuid-Amerika - Patagonië - steeds meer buskilometers van ons af begint te raken. En tjonge, wat is dit continent geweldig groot. Maar hoe blij zijn we met de omweg die we hebben gemaakt. Met de kennis van nu zouden we Bolivia thuis zeker al op onze lijst met bestemmingen hebben opgenomen.

Maar het werkt anders.
Onderweg maken we steeds weer nieuwe keuzes; door ontmoetingen met anderen, door de vorm van de dag, door spontane (on)mogelijkheden, of omdat we eindelijk aan serieus inlezen toekomen. Met als resultaat dat we een behoorlijk een stuk verder naar het noorden zijn afgedreven. We willen nu echt gaan afzakken. En daarom laten we Machu Picchu (voor nu) liggen en zijn we afgebogen naar Chili.

Ondertussen (nu we hier toch zijn ;-) hebben we Lake Titicaca bezocht en zijn we - via Copacabana en Isla del Sol - in Puno (Peru) beland. Een bijzonder plek vanwege de beroemde drijvende eilanden. De indianen die daar wonen leven inmiddels behoorlijk van het toerisme; maar ook nu halen ze nog niet voldoende omzet om een stuk grond op het vasteland te kopen. Het voelt wel alsof dat inmiddels belangrijker is voor de indianen dan hun culturele erfgoed. Ja, in Peru draait het al opvallend veel meer om handel en toerisme dan in Bolivia. Maar de echte sprong in welvaart en vooruitgang maken we als we in de meest noordelijke stad van Chili (Arica) aankomen. We zien weer autoreclames, winkelketens en de eerste MacDonalds sinds Buenos Aires (meer hierover in de coachcultures blog). Dat is overigens niet de reden waarom we ineens beter slapen dan de afgelopen twee weken. Dat komt vooral omdat we terug zijn op zeeniveau. De hoogten van Bolivia en Peru waren prachtig, maar nu is het heerlijk om de zuurstof en de zeelucht diep te kunnen inademen.

Terug naar keuzes maken. We ontdekken dat het bij ons reisritme hoort; als een soort terugkerende cyclus. Op-en-neer. Als we een paar dagen of een week alles loslaten en ons lekker laten meevoeren door de plekken en de mensen die we tegenkomen, dan volgt vanzelf de behoefte om weer de touwtjes in handen te nemen. Loslaten - overnemen - loslaten - overnemen. Af en toe willen we even niets, om dan weer precies te willen weten wat we nu eigenlijk willen en waar we ongeveer aan toe zijn. Sommige andere reizigers lijken enorm koersvast en hebben altijd een plan en een boeking klaar. Weer anderen zijn enorme dolers. En wij? Wij zitten er weer eens precies tussenin. Mooi, want zo kunnen we van beiden even hard genieten.

Dat neemt niet weg dat 41 uur in Peru echt beschamend kort is. Het was haast niet uit te leggen aan Alfredo, de leuke Peruaan in de bus naar Chili met wie we toch zeker 2 ½ uur ons Spaans hebben kunnen oefenen. Maar het is de keuze voor Chili die het uiteindelijk rechtvaardigt. We hebben onze zinnen gezet op het merengebied en Patagonië. Hier in het vliegtuig van Arica naar Santiago vliegen de kilometers onder ons door. Het vroeg even wat organisatie, maar vanaf nu weer even lekker loslaten, heerlijk…

Drijvende eilanden in Lake Titicaca.

Nieuwe hoogten

Bolivia tot nu toe?! In één woord gewéldig! Aangekomen in La Paz nemen we even tijd voor een eerste nabeschouwing. Het beste wat we kunnen doen na een woeste busrit van Uyuni naar La Paz ;-) Hoe zag onze week er uit? Vanuit Salta zijn we naar de Boliviaanse grens getrokken, waar de veranderingen zich direct opstapelden. Van een land dat voor 97% uit mensen met Europese roots bestaat, gaan we over naar 55% Indiaans-Boliviaanse roots. Het werd armer - Bolivia is het armste land van Zuid-Amerika - , vriendelijker, drukker met rugzaktoeristen en… hoger! Al voor aankomst in Tupiza zijn we hoogvlakten boven de 4.000 meter overgestoken. Aan die nieuwe hoogten hebben we flink moeten wennen. Zeker slapen op hoogte was de eerste nachten lastig. Maar acclimatiseren was geen straf. Tupiza is een fijn en sfeervol stadje waar we de Bolivianen rustig leren kennen. Bovendien hebben we aan de grens David en Amelia uit Nieuw-Zeeland ontmoet, waardoor ons gezelschap ineens is verdubbeld. Gezamenlijk hebben we een vierdaagse jeepsafari geboekt. En zo kwamen we vanaf donderdag echt aan nieuwe hoogten toe.

Met Nancy en Carmelio als gids/kok en chauffeur zijn we in onze ‘oude’ Nissan Patrol door het zuid-westen van Bolivia naar de Salar de Uyuni getrokken. Lange dagen in de jeep langs de meest bizarre natuurverschijnselen. Lama’s en flamenco’s, mineraal-, lithium, borax-, en zoutmeren, (semi)actieve en uitgedoofde vulkanen, hoogvlakten, passen tot 5.000 meter en de meest onwaarschijnlijke kleurencombinaties. De nachten waren koud en de lucht droog, stoffig en zout. Dorpjes zonder warm water en elektriciteit en dus rustig afkicken van mobiel bereik. En juist in die dagen gebeuren er dingen waarvoor je bereikbaar wilt zijn, zo gaat dat dan… Maar hoe eenvoudig ook; Nancy heeft ons verwend met uitstekende eten onderweg. Dus aan het eind van de tour weer wat meer vlees op de botten.

De tour had een mooie opbouw, zodat het hoogtepunt voor het laatst werd bewaard. Vanuit een hostel van zout reden we voor zonsopgang de Salar de Uyuni op. Deze zoutvlakte is de grootste in zijn soort, ongeveer even groot als de provincies Gelderland en Utrecht samen. De vlakte is door platentectoniek opgetild en door jaarlijkse regenval perfect uitgevlakt. Op de vlakte liggen oude koraaleilanden – nu begroeid met cactussen tot zo’n 900 jaar oud - ; die verraden dat we eigenlijk op de bodem van de oceaan staan! De Salar is vooral beroemd door zijn bizarre perspectieven. Bekijk vooral de foto’s. Ja, na deze week is het heel gemakkelijk om van Bolivia te gaan houden!

Lekker hapje. En hier is nog meer te vinden!

Vakantieverhaaltje

Dit blog gaat over onze toeristische acties van deze week. Zoals bijvoorbeeld het Nationale Park, waarvan we jullie de details (en de foto’s) niet willen onthouden. En ja, we hebben denk ik al drie keer gemeld dat we in een ‘reismood’ komen. Wat achteraf dan toch niet echt zo lijkt te zijn geweest. Behalve nu dan de laatste paar dagen (ja, echt!). Wat dan het verschil is? Vooral: het tempo; tempo van reizen, tempo van dingen bezoeken, tempo van tas inpakken (omgekeerd evenredig met de andere tempo’s…). Kortom: manana-manana. Je komt hier niet onder de siësta uit, die gerust van 13u tot 18u duurt. Of je zit in een dorp waar drie keer per week een bus vertrekt naar het volgende plaatsje. En als manana-manana dan toch nog niet zou lukken, dan vertelt ons budget ons wel dat een rustiger tempo aan te raden is ;-)

Maar goed, eerst even terug naar ons toeristengedrag. Het dorpje San Augustin del Valle Fertil was onze uitvalsbasis voor een bezoek aan het Nationale Park Ischigualasto. In dit gebied, dat al meer dan 100 miljoenen jaren geleden is ontstaan, zie je met een beetje fantasie de dinosauriërs scharrelen. Waarvan ze overigens ook echt beenderen hebben gevonden. Het gebied is ontstaan door schuivende platen, maar intussen heeft erosie ook flink zijn werk gedaan. Het lijkt daardoor wel een maanlandschap: sommige gebieden zijn ‘pokdalig’ en in andere gedeeltes zie je alleen nog een paar vreemd gevormde rotsblokken. En die krijgen dan ook wat namen, zoals de sfinx of de onderzeeboot (zie foto!). Of een naam waarvan we helaas niet weten wat dat spaanse woord nu betekent. Laat je fantasie de vrije loop, het is de foto waar we met z’n 2-en opstaan.

In het dorpje San Augustin hebben we nog een paar dagen rondgehangen. Toch leuk als je na een dag of wat een ‘bekende’ tegenkomt (zoals de gids van het park). Of dat een local je meeneemt naar het dorpsfeest. Onze volgende bus ging toch pas woensdagnacht om 3uur, dus manana-manana. En ja, dat is van dinsdag op woensdagnacht en niet van woensdag op donderdagnacht. Gelukkig bedachten we dat dinsdagavond na het eten, dus ruim op tijd om de bus te kunnen halen…

Verder zijn we deze week via La Rioja naar Salta gereisd. Salta wordt ook wel La Linda genoemd, te vertalen als rustig, mooi, kalm. En dat is het hier ook. Er is nog veel van de koloniale tijd bewaard gebleven, wat een fijne sfeer met zich meebrengt. Gisteravond nog tango gedanst, en verder bestond ons dagprogramma uit naar de kapper gaan en empanada’s eten. En oh ja, we koken tegenwoordig weer af en toe zelf. En dus lijkt het gewenste reistempo bereikt en is de drukke vakantie voorbij. Wel tijd om de volgende uitdaging te gaan: Bolivia! Vannacht reizen we met een nachtbus naar de grens, om morgenochtend waarschijnlijk verder te reizen naar Tupiza. Dat zou een mooie uitvalsbasis kunnen zijn voor een meerdaagse excursie naar de Salar de Uyuni, een enorme zoutwoestijn op ongeveer 4000 meter hoogte. Verder geen idee hoe het in Bolivia met internet en aanverwanten gesteld is, maar het kan goed zijn dat een volgende blog even op zich laat wachten! Manana-manana… Hasta Luego!

Indrukwekkende rotsformaties. Zie fotoboek voor meer!