Posts tonen met het label Chili. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Chili. Alle posts tonen

Het einde van de wereld

Wat ‘I’m still standing’ van Elton John deed op de W-trek, doet ‘It’s the end of the world’ van REM in Ushuaia. Met deze songtekst kun je alle kanten op, maar net als voor REM is het einde van de wereld voor ons ook geen onheilsvoorspelling. Wel bijzonder: Ushuaia - in Vuurland - is het zuidelijkste stadje ter wereld. Althans, dat claimen de Argentijnen. De Chilenen houden het op Fort Williams; een net iets zuidelijker gelegen marinebasis. Het bezoek aan Ushuaia betekent voor ons dat we na Chili nog een paar dagen van Argentinië mogen proeven. De verschillen tussen de beide landen kunnen we - proefondervindelijk - steeds beter vaststellen. Ons ligt Chili net wat beter; vriendelijker, vrolijker en toegankelijker. Een aardig weetje: de andere latino’s vinden Argentijnen uitgesproken arrogant en hebben het over de ‘Fransen van Zuid-Amerika’. Is er misschien een Francofiel onder jullie die daarop wil reageren?

Maar Argentijns Vuurland is prachtig; en veel meer dan alleen maar weidse, groene vlakten en stevige, Arctische winden. De Andes buigt hier om in oostelijke richting om z’n laatste mooie trekken te laten zien. Ondertussen merken wij wel dat Torres del Paine ons behoorlijk verwend heeft, maar dat doet niets af aan Vuurland. Maartje leest onderweg ‘De reis van de Beagle’, het dagboek dat Charles Darwin bijhield. Hij schrijft uitgebreid over de flora en fauna, en over de kennismaking met de indianen in Vuurland. En hoewel Darwin meestal objectief poogde te zijn, liet hij zich hier vrijelijk uit over ‘onderontwikkelde wilden die dichterbij dieren dan bij mensen staan’. Charles heeft geweldige ideeën gehad, maar hij was blijkbaar ook gewoon een man van zijn tijd. Zijn uitgesproken mening heeft direct bijgedragen aan de ondergang - of liever gezegd uitroeiing - van deze inheemse bevolking.

In Ushuaia hebben wij ons ver van de wilde geschiedenis gehouden en - onze laatste dagen in Zuid-Amerika - rustig aan gedaan. Op verhaal komen en - zoals dat gaat met afscheid nemen van de ene plek - veel zin krijgen in die andere plek: Nieuw-Zeeland. Als lokale uitsmijter bezoeken we de pinguïnkolonie in de Otway Sound, bij Punta Arenas. Zo eindigen we ‘schattig’ in dit harde klimaat. En veel meer is er niet voor ons in Punta Arenas, want hoewel ooit een welvarende havenstad, is het beste er hier sinds de opening van het Panama-kanaal wel af. Wel was de kapper-op-reis-ervaring hier weer buitengewoon. Sander wordt vakkundig kort geknipt door een kapper met meer dan beginnende Parkinson; en is glimlachend blijven zitten ;-) Nou ja, het groeit wel weer aan…

En op de valreep toch nog wat kleine reisproblemen en openlijke leugentjes om bestwil door lokale travel agents. Tot nu toe hadden we ook eigenlijk wat te veel geluk gehad. De directe bus van Ushuaia naar Punta Arenas zou kapot zijn, waarna we collectief overgeplaatst werden naar een indirecte bus. De Israëlische toerist die een principiële poging ondernam om wat geld terug te krijgen, werd met een kluitje het riet in gestuurd. Iedereen begrijpt toch dat indirect veel duurder is, want meer materiaal- en meer manuren. En meer tijd om van de faciliteiten en de omgeving te genieten…. Daar kunnen onze OV-collega’s thuis geen speld tussen krijgen. En ook onze vlucht naar Santiago wordt op het laatste moment omgeboekt; vanwege oprispingen van de eerder uitgebarsten vulkaan. We zijn blij dat we een dag marge in Santiago hebben ingebouwd. Zo halen we in elk geval onze vlucht naar Nieuw-Zeeland. Maar hoe dan ook, alles draagt bij aan ons einde-van-de-wereld-gevoel!

Voor de reflecties op onze ervaringen in Zuid-Amerika nemen we nog iets meer tijd en afstand; vanuit Nieuw-Zeeland ongetwijfeld meer daarover. Maar voor wie het interessant vindt om even boven een kaartje te hangen, zie hier onze route. Wij nemen het er nog even van in Santiago en dan - vamos!

En voor meer ' einde van de wereld': zie fotoboek.

A walk in the park

Vrij vertaald: appeltje, eitje! Dat geldt in elk geval voor de bootovertocht van Puerto Montt naar Puerto Natales, 2.000 kilometer zuidelijker. Over de Wandeling in het park later meer! Verder bij deze blog vééél foto’s (en een uitgebreider verhaal). Het lukte ons dit keer niet om ons tot 15 foto’s in te perken. Maar voor de liefhebbers zeker de moeite waard!

In het merengebied kwamen we in de hostels langzaam maar zeker steeds meer reizigers tegen die - net als wij - met de Navimag (=boot) naar het zuiden afzakken. Zo ontmoetten we Ben en James uit Engeland, Ulrike uit Duitsland en Matthias en Nina - net getrouwd en afgestudeerd - uit Duitsland. Op de boot komen IJsbrand (Ice) en Buddy (Jan) uit Nederland daar nog bij.

Navimag vaart wekelijks van Puerto Montt naar Puerto Natales en weer terug. Wat ooit vooral een vrachtboot was, biedt nu ook ruimte aan ongeveer 250 passagiers. Op onze boot zijn dat er niet meer dan 130; gelukkig is het nog (net) laagseizoen. Vier dagen en drie nachten met ongeveer een hectare bewegingsruimte. Zo leeft de hele boot van ontbijt naar lunch naar diner naar borrel naar bed. Met onderweg alle tijd om rond te kijken, boeken te lezen, potjes te schaken, te dansen om warm te blijven, te kaarten, enzovoort. Een bultrugwalvis, tonijn, dolfijnen en albatrossen maken het af. Was Sander vooraf nog bang dat hij zich zou vervelen, achteraf waren het misschien wel de meest ontspannen dagen op onze reis. Met uitzondering misschien van de eerste uren dat de Navimag de fjorden verlaat en de open oceaan op gaat. Als de eetzaal op en neer en heen en weer gaat is het dek - met stabiele horizon - een veel betere plek om te zijn. De volgende morgen is het een stuk rustiger bij het ontbijt, maar het hoort bij de Navimag-ervaring.

Bijna iedereen op de boot maakt plannen voor Torres del Paine; het nationale park in Patagonië wat geldt als één van de belangrijkste affiches van Chili. Naar het einde van de boottocht maken wij plannen om met zes te gaan lopen. Uiteindelijk splitst het gezelschap op, omdat de helft meer haast heeft om weer verder te kunnen reizen. Wij nemen een dag meer tijd in Puerto Natales. We lopen de W-trek samen met Ulrike, een 32-jarige dokter uit Keulen. De avond voordat James, Ice en Ben vertrekken belanden we in de kroeg. Dat levert de jongens - die toch al weinig slaap hadden gehad na de laatste avond bingo, drinken en dansen op de boot - een moeizame start op de volgende dag. Wij hebben gelukkig nog een dag om uit te slapen, spullen te huren (tent, brander, matjes, slaapzak, etcetera), schoenen waterdicht te maken en eten in te kopen voor vier nachten en vijf dagen. Daar gaat de dag gemakkelijk mee heen!

Torres del Paine is bekend om de torens. In indianentaal betekent het letterlijk ‘blauwe torens’. Het gebied is grotendeels door ijs en wind gevormd, wat je goed te zien is aan de extreme en bizarre vormen. Verder is Patagonië berucht om het weer. Vier seizoenen in een dag is geen uitzondering en vooral de wind kan gevaarlijk zijn. Het landschap is open en het weer zeer veranderlijk. Iedereen die zegt te weten wat het weer morgen brengt is per definitie een fantast. Dus pakken we alles extra droog in vuilniszakken in en stellen we ons in op mooie maar onvoorspelbare dagen.

Dag één is wat dat betreft al een heel warm patagonisch welkom. Met de wind in het gezicht onderweg naar de Grey gletsjer maken we kennis met de horizontale regen. Boven ons schijnt de zon, maar door de harde wind krijgen we de regen die kilometers voor ons uit de donkere wolken naar beneden valt. Ondanks dat zijn de eerste uren leuk en maken de uitzichten alles goed. Maar vooral voor Maartje - die haar eerste trektocht met rugzak maakt - is het wel een heftige start. ’s Avonds kamperen we in de buurt van een hut, zodat we - na buiten koken - warm en droog binnen kunnen eten. Ook kunnen we onze schoenen ’s nachts bij het haardvuur laten. En omdat de wind als een föhn werkt droogt ook de tent snel op nadat het stopt met regenen. Dat levert ons dag twee de gewenste droge start op. Het waait harder dan de dag er voor, met gemiddelde windsnelheden van 75 kilometer per uur. De windstoten trekken aan je rugzak en aan je benen, meestal lachwekkend, maar soms behoorlijk dreigend. We worden stuk voor stuk bijna omver geblazen. Na een uur of vier bereiken we meer luwte. Tijd voor soep en siësta. Kort daarna ontmoeten we Ben, James en Ice, die het pad in tegengestelde richting lopen. Blije gezichten! Vooral bij Ice, die van Sander een meegedragen biertje krijgt als laat bedankje voor het koken op de avond voor hun vertrek. Daarna loopt Sander vooruit naar Campemento Italiano en zet alvast de tent op. Onze rugzakken en hoezen - en natuurlijk onze geweldige teamspirit - leveren ons die dag de bijnaam ‘Team Orange’ op.

Vanaf dag drie is het weer fantastisch, bijna on-patagonisch. Van herfst gaan we via voorjaar naar zomer. We lopen twee dagen in ons T-shirt. Het park is adembenemend mooi en geweldig gevarieerd. Een slogan van het park op internet zegt: ‘niets kan je voorbereiden op de schoonheid van Torres del Paine’. Geen leugen; de landschappen gaan van Arctisch naar alpine en dan weer van lieflijk Frans naar uitgestrekt Canadees. We zien zware lawines, prachtige kleuren, heel veel vogels en steeds weer nieuwe verrassingen over de berg of om de hoek.

De laatste - vijfde - dag vertrekken we van campemento Torres - voor zonsopgang - naar het meest bekende uitzichtpunt op de torens. Daar willen we de zon zien opkomen voordat we het park verlaten. Gewapend met slaapzakken, thee en warme melk voor ons muesli-ontbijtje, lopen we omhoog. Samen met ongeveer 10 anderen zitten we uiteindelijk aan het ijsmeer aan de voet van de Torens. Wat een uitzicht had moeten zijn verandert die ochtend in een bewolkt winterlandschap, met ijzige sneeuw. We gaan van zomer naar winter; opgeteld ons vierde seizoen in Torres del Paine. De slaapzakken komen goed van pas, zodat we langer dan de anderen van het moment kunnen genieten en bijna drie kwartier boven blijven. Dan begint de terugtocht. Rond het middaguur bereiken we de bushalte, vlakbij een luxe resort van waaruit de schoon ende frisch ruikende dagjesmensen tochten maken naar het Torres uitzichtpunt.

Niet alleen de omgeving maakt de W-trek mooi; maar zeker ook de ervaring van de vijf dagen onderweg zijn. Ook de andere mensen op de W-trek dragen daar aan bij. De W is misschien wel het meest belopen in Zuid-Amerika, na Machu Picchu natuurlijk. Maar in dit seizoen gaat het dan nog steeds om niet meer dan een kleine twintig tot dertig mensen per kampement per avond. De laatste avond levert ons dat applaus op als we - na een lange dag - lachend en zingend het kamp binnen komen. Hier ontstaan mooie vriendschappen, simpelweg doordat mensen vijf dagen ongeveer dezelfde kant oplopen en samen de ervaring van Patagonië delen. Zo hebben wij net afscheid genomen van Ulrike; maar die gaan we zeker weer ontmoeten.

En nu? Nog 10 dagen over om Patagonië te beleven, voordat we doorvliegen naar Nieuw-Zeeland. Het Zuid-Amerikaanse avontuur is nog niet over, maar wel bijna. Vandaag maken we nieuwe plannen; van Ushuaia in Vuurland en de pinguïnkolonie in Punta Arenas tot wandelen bij Los Glaciales en in El Chalten. De overgang naar een ander werelddeel maakt alleen maar hongeriger om hier nog even van elke dag in Zuid-Amerika te genieten.

En voor meer van dit soort plaatjes: zie fotoboek!

Chileense vakantie

Wat een rust! Na een kleine week in het Chileense merengebied zijn we compleet onthaast. Er is hier van alles te doen; maar dan vooral in de natuur. En dat betekent bergschoenen aan, naar buiten, ’s avonds zelf koken en lange nachten onder dikke dekbedden. Zeker heel wat anders dan het onderweg zijn van de afgelopen weken. Hier hebben we achtereenvolgens vier en drie dagen ons thuis gemaakt in een refugio, om van daaruit bossen, vulkanen en watervallen te verkennen.

En niets te vroeg. Want voor het eerst trad er een soort reismoeheid op, bij ons allebei. Het was lekker om even ergens thuis te zijn. En het was goed om alle indrukken van de afgelopen zes weken omhoog te laten komen. Het voelt echt als een Chileense vakantie hier; en dat heel toepasselijk in de streek waar de Chilenen zelf het liefst vakantie op vakantie gaan. Wat helpt bij het vakantie vieren, is dat ons tijdsbesef nu echt stevig begint te verschuiven. Zes uur in de bus is als een tussendoortje, en twee uur tellen we al niet eens meer. En anders is er na vandaag altijd nog morgen.

Een paar verhalen van de streek zijn het vermelden waard. In het merengebied hebben zich sinds midden 19e eeuw bijna 6.000 Duitse gezinnen gevestigd. Goed opgeleide migranten die gebruik maakte van een nieuwe Chileense wet die hen ruimte gaf om zich hier vrij te vestigen. Het resultaat is zichtbaar en draagt bij aan de toch al Europese indruk die we van Chili hebben. Het is alsof we in een Duitse tijdmachine stappen, met Beierse vakwerkhuizen, evangelische kerken, ‘kaffee und kuchen’ en een incidentele actieve Duitse vereniging. En hoewel de families inmiddels opgegaan zijn in de Chileense gemeenschap; de gründlichkeit is onmiskenbaar.

Een recenter verhaal is dat van de vulkaanuitbarsting, hier vlakbij op de grens met Argentinië. Gisteren en vandaag werd de zon (en het uitzicht op de vulkaan) weggenomen door de as. Maar niet zo erg als in Bariloche, over de grens in Argentinië. Daar worden nog steeds mondkapjes gedragen. Toch worden ook hier nog lokale vluchten geannuleerd. Tel daar de verwachting bij op dat de vulkaan nog zeker drie jaar actief blijft roken en het beeld van de impact is compleet. Alhoewel roken niet altijd iets hoeft te betekenen. De vulkaan bij Pucon rookt aan een stuk, met als enige impact Maartjes nachtmerries over vulkaanuitbarstingen, lavastromen, nachtelijke ontsnappingen uit huizen, enzovoort…

En dan de persoonlijke verhalen. Maartje heeft haar eerste bergtochten met goed gevulde backpack er op zitten; met meerdaags lopen in Patagonie in het vooruitzicht. Verder hebben we de afgelopen week weer fijne contacten gehad met het Nederlands/Amerikaanse thuis/vrienden-front; een 60-jarige mams (dus nogmaals gefeliciteerd!) en hele mooie berichten over een nieuwe zwangerschap. We koesteren de contacten!

Tijd om weer verder te kijken, want morgen begint een ander interessant deel van onze Chili-trip. We gaan aan boord van een boot die ons in vier dagen langs de fjordenkust naar Puerto Natales brengt, ongeveer 2.000 kilometer ten zuiden van hier. In de hostels ontmoeten we steeds meer reizigers die dezelfde (wekelijkse) boot pakken. Goed gezelschap, en dus kijken we uit naar vier mooie dagen vanuit weer een heel ander perspectief. Eens kijken wat vier dagen op een boot met ons schuivende tijdsbesef gaat doen.

Een van de vele meren! Klik hier voor meer.

Studentenprotesten in Chili

Santiago heet ons warm welkom in Chili. We vinden een plek in Barrio Brasil; ooit een dermate vervallen stadsdeel dat de stadsvernieuwers van de jaren ’70 en ’80 er aan voorbij zijn gegaan. En dat is goed nieuws. In de jaren ’90 wordt Barrio Brasil, vrijwel het enige oorspronkelijke (en betaalbare) stadsdeel, een mekka voor muzikanten en kunstenaars. Nu is Barrio Brasil de wijk van kunstenaars en studenten en zonder twijfel de meest hippe wijk van de stad. Tijdens het eten in een café ontmoeten we Eduardo en Theo, met wie we drie prima flessen Chileense wijn legen. Welkom in Chili!

Eduardo is docent Engels. Al snel komen we op de studentenprotesten. Wekelijks (op dinsdag) gaan tienduizenden docenten, studenten, ouders en arbeiders de straat op om gratis onderwijs te eisen. Hoewel Chili de grootste economie van Zuid-Amerika heeft, is een goede studie vrijwel onbetaalbaar. De lening die je er voor moet afsluiten - als je het geld niet al hebt - bedraagt ongeveer het equivalent van een huis. Bovendien bedragen de rentepercentages 30 tot 50%. Die eindjes krijg je voor je leven niet meer aan elkaar geknoopt. En al helemaal niet als je kiest voor een opleiding in kunst, literatuur of muziek.

Maar de voornaamste emoties spannen zich tussen links en rechts, tussen arm en rijk en tussen de aanhangers van Allende en Pinochet. Die emoties knallen er nu allemaal uit doordat Pinera, de eerste rechtse president sinds de hernieuwde democratie in 1990, eerder dit jaar heeft besloten tot extra bezuinigingen op onderwijs. De meeste studenten protesteren vreedzaam, maar als de oproerpolitie komt vertrekken gematigden en blijven relschoppers. De rellen worden gevoed door emoties die het land tijdens Pinochet al verdeelden. Moeilijk voor te stellen, maar rechts vindt nog steeds dat Pinochet het land economisch veel goed heeft gedaan. Voor links ligt dat anders; daar zijn in die tijd grote klappen gevallen. Eduardo vertelt ons dat links en rechts nog steeds niet mengen; niet in de cafés, niet in de wijken en niet op de universiteiten.

Maar ondanks alle emoties, uiteindelijk gaan de protesten om kwaliteit en gelijkheid van onderwijs. De rijke studenten hebben toegang tot de allerbeste scholen in Latijns Amerika, terwijl de onder- en middenklasse het moeten doen met een ouderwetse en zeer matig gesubsidieerde staatsopleiding.
We bedanken vriendelijk voor de uitnodiging om de volgende dag deel te nemen aan de protesten. De onderhandelingen tussen de stakingsleiders en de overheid zitten muurvast. Ondertussen worden sommige scholen en universiteiten al vier maanden bezet. Zo vormt zich een jaargang van puberende jongeren die al maanden geen onderwijs hebben gehad. Polderen is misschien niet het antwoord, maar op deze manier verder radicaliseren en wegzakken zeker ook niet.

Ook in Valparaiso liepen we tegen protesten aan. Hier zetelt het congres en bovendien zijn er vier universiteiten te vinden. Genoeg gehoor dus. Later hoorden we dat ook hier het einde grimmig is verlopen, maar net als in Santiago waren we op een andere plek in de stad toen de protesten uitliepen op ongeregeldheden.

Valparaiso is voor de helft een openluchtmuseum, waar de linkse sfeer overheerst: veel kunstenaars, grafittikunst, een rijk studentenleven en veel portretten van Allende. Ook hebben zich van oudsher veel immigranten gevestigd in Valparaiso; de vallei van het paradijs. Die invloed merk je ook nog, bijvoorbeeld in de actieve kerk van Duitse protestanten. Ons hostel is ook wel het vermelden waard, met stip op 1, ondanks de gedeelde badkamer :-). Opgeknapt door (opnieuw) een kunstenaar, ligt het huis op een van de 42 cerro’s (heuvels) van Valparaiso. De heuvels zijn behoorlijk steil, wat resulteert in een wirwar van steegjes, straatjes en creatieve bouwsels van huizen. Dat geldt ook voor het hostel.

We zijn maar 1 nacht in Valparaiso gebleven. En dat is ook genoeg, er begint een beetje een verzadiging op te treden. We hebben voorlopig genoeg door steden en stadjes gestruind.
Nu zijn we in Pucon in het Lake District beland, ogenschijnlijk ver weg van alle cultuur en politiek. We beginnen aan vier weken Zuid-Chili, met veel zin om onze aandacht te verleggen naar meren, vulkanen, gletsjers, bergen en ander buitenleven!

Valparaiso. Klik hier voor Santiago en de studentenprotesten.

41 uur in Peru

Dat zal voor Machu Picchu gangers onder jullie wel als beschamend kort klinken, maar we zullen uitleggen waarom het voor ons goed is. Dat begint in La Paz (Bolivia), waar ons het besef bekroop dat onze eindbestemming in Zuid-Amerika - Patagonië - steeds meer buskilometers van ons af begint te raken. En tjonge, wat is dit continent geweldig groot. Maar hoe blij zijn we met de omweg die we hebben gemaakt. Met de kennis van nu zouden we Bolivia thuis zeker al op onze lijst met bestemmingen hebben opgenomen.

Maar het werkt anders.
Onderweg maken we steeds weer nieuwe keuzes; door ontmoetingen met anderen, door de vorm van de dag, door spontane (on)mogelijkheden, of omdat we eindelijk aan serieus inlezen toekomen. Met als resultaat dat we een behoorlijk een stuk verder naar het noorden zijn afgedreven. We willen nu echt gaan afzakken. En daarom laten we Machu Picchu (voor nu) liggen en zijn we afgebogen naar Chili.

Ondertussen (nu we hier toch zijn ;-) hebben we Lake Titicaca bezocht en zijn we - via Copacabana en Isla del Sol - in Puno (Peru) beland. Een bijzonder plek vanwege de beroemde drijvende eilanden. De indianen die daar wonen leven inmiddels behoorlijk van het toerisme; maar ook nu halen ze nog niet voldoende omzet om een stuk grond op het vasteland te kopen. Het voelt wel alsof dat inmiddels belangrijker is voor de indianen dan hun culturele erfgoed. Ja, in Peru draait het al opvallend veel meer om handel en toerisme dan in Bolivia. Maar de echte sprong in welvaart en vooruitgang maken we als we in de meest noordelijke stad van Chili (Arica) aankomen. We zien weer autoreclames, winkelketens en de eerste MacDonalds sinds Buenos Aires (meer hierover in de coachcultures blog). Dat is overigens niet de reden waarom we ineens beter slapen dan de afgelopen twee weken. Dat komt vooral omdat we terug zijn op zeeniveau. De hoogten van Bolivia en Peru waren prachtig, maar nu is het heerlijk om de zuurstof en de zeelucht diep te kunnen inademen.

Terug naar keuzes maken. We ontdekken dat het bij ons reisritme hoort; als een soort terugkerende cyclus. Op-en-neer. Als we een paar dagen of een week alles loslaten en ons lekker laten meevoeren door de plekken en de mensen die we tegenkomen, dan volgt vanzelf de behoefte om weer de touwtjes in handen te nemen. Loslaten - overnemen - loslaten - overnemen. Af en toe willen we even niets, om dan weer precies te willen weten wat we nu eigenlijk willen en waar we ongeveer aan toe zijn. Sommige andere reizigers lijken enorm koersvast en hebben altijd een plan en een boeking klaar. Weer anderen zijn enorme dolers. En wij? Wij zitten er weer eens precies tussenin. Mooi, want zo kunnen we van beiden even hard genieten.

Dat neemt niet weg dat 41 uur in Peru echt beschamend kort is. Het was haast niet uit te leggen aan Alfredo, de leuke Peruaan in de bus naar Chili met wie we toch zeker 2 ½ uur ons Spaans hebben kunnen oefenen. Maar het is de keuze voor Chili die het uiteindelijk rechtvaardigt. We hebben onze zinnen gezet op het merengebied en Patagonië. Hier in het vliegtuig van Arica naar Santiago vliegen de kilometers onder ons door. Het vroeg even wat organisatie, maar vanaf nu weer even lekker loslaten, heerlijk…

Drijvende eilanden in Lake Titicaca.