Posts tonen met het label Thailand. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Thailand. Alle posts tonen

Tijd voor een twist

Deze week is het afronden bij We women en afscheid nemen van Chiang Mai. Hoewel we nog een paar dagen terug komen in april, staan we voor een nieuw vertrek. We gaan weer onderweg; zelfde maar anders. En het voelt als hoog tijd voor beweging. Dat hebben we afgelopen zaterdag mooi symbolisch ingeluid met de Twistparty bij Hester en Teun (gelukkig hebben we de foto’s nog…).

Nog sterker, het voelt ook echt als tijd voor een twist. De behoefte van eind januari, aan rust en aandacht en aan nuttig en professioneel bezig zijn, is - met dank aan de mooie tijd hier - weer goed gekanteld richting een stevige kriebel om te gaan. En we zijn natuurlijk ook niet op reis gegaan om ons al te veel thuis te gaan voelen; dat komt straks wel weer. We kunnen en mogen nog even! En dat maakt extra enthousiast nu we uit ervaring weten hoe fijn dat is. Onderweg zijn, genieten van de mensen, opgaan in de omgeving en geïnspireerd raken door wat anders en wat herkenbaar is.

Ondertussen zijn we ongemerkt snel in een bijzondere fase van ons jaar terecht gekomen: de tweede helft. Nee, we willen nog niets van nacompetitie weten; hoewel we eerste lichte gevoelens van weemoed niet kunnen ontkennen. Toch is deze fase nu al bijzonder omdat we voelen dat er steeds meer zin en ruimte ontstaat om onze ideeën de vrije loop te laten over ons toekomstige leven thuis. Dat is zeker ook een twist. Het grootste gevoel voor nu is dat we zin hebben om ‘ons project’ door te trekken naar Nederland. Verder was het fijn om de afgelopen tijd extra makkelijk bereikbaar te zijn voor jullie; en andersom dus ook. Dat smaakte naar meer en is een goed vooruitzicht. Dus papa’s en mama’s - en oma niet te vergeten - het zit er toch echt wel in dat we weer naar huis komen ;-). Ook in Nederland ligt veel om van te genieten en door geïnspireerd te raken. Wel spannend! Nu we nog iets beter weten waar we naar toe willen, komen we er misschien zelfs wel een keer aan.

Maar deze week was het nog even hard genieten van Chiang Mai: yoga, eten op de markt, eten bij vrienden, feestje, documentaire kijken in de ‘Documentary Arts Asia Gallery’, massage halen, uitwaaien en afkoelen op de motorbike. En wil je meer lezen over weg gaan bij We women, lees dan “looking back over a tealeaf salad”.

Sommigen van jullie willen vooral nog wat meer reisverhalen lezen. We zijn blij dat we die weer gaan schrijven.

Twistin' baby (meer foto's hier)
Voor wie toch alvast wat meer wil lezen; lees hier Sanders blog over commitment, naar aanleiding van ons tweede vertrek in een jaar: “What makes you commit? Believer, calculator or supporter?”

Met muziek in onze oren

Deze week begon met een geweldig duet: Sander en een Thai - in een minstens zo geweldige pickup truck - voor het stoplicht. Wij op de scooter; Maartje in de Backing Vocals:

“Thrills I get when you hold me close. Oh, my darling, you're the most.
I love you but do you love me? Oh, Diana, can't you see?
I love you with all my heart, and I hope we will never part.
Ooooooh, pleeeeaaaaase stay with me, Diana”

Klik vooral door naar YouTube; na 1:14 begint het minder tekstvaste deel ;-) Hoewel de Thai in de pick-up sowieso allesbehalve tekstvast was, maar dat compenseerde hij volledig met inzet en zwoele blikken naar Sander (die voor de gelegenheid niet weg keek). Een echte aanrader voor jullie op een mooie voorjaarsdag in Nederland: karaoke op straat. En dan net als bij ons - vlak voor het echt gênant begint te worden - het verlossende groene licht. Een goed begin van een muzikale week.

Muzikaal niet in het minst omdat we allebei zojuist ‘The Definitive Biography’ van Freddie Mercury hebben uitgelezen. Over hoe Farokh Bulsara uit Zanzibar zich ontwikkelde tot de leadzanger van een van de meest geniale bands. En hoe hij - Freddie - worstelde met zijn traditionele komaf in tegenstelling tot zijn alles behalve traditionele levensstijl. Dat past dan weer heel goed bij onderdelen van ons werk hier bij We women. Hoe dan ook, met dank aan de biografie van Freddie kwamen alle hits van Queen - en dat zijn er heel veel - nog een keer voorbij. Vooral ‘Radio Gaga’ en ‘Breakthru’ bleven plakken. En heb je zin in een echte Queen-revival, kijk dan vooral weer eens naar de 25 minuten Live Aid muziekgeschiedenis.

En ook de natuur hielp ons aan licht en geluid: eindelijk onweer. De temperaturen lopen hier op naar dagelijks 37 graden gemiddeld, nog steeds stijgend. Door droogte en branden zijn vooral de landbouw en de luchtwegen kind van de rekening. De koning van Thailand - King Bhumibol Adulyadej - heeft om die reden uitgebreid studie gedaan naar technieken om kunstmatig regen op te wekken. Daarmee wilde hij vooral de boeren door lange perioden van droogte heen helpen. Dit zogenaamde ‘Royal Rainmaking Project’ heeft in 1999 geresulteerd in een techniek om de dichtheid van wolken te verhogen; zeer koninklijk ‘super-sandwich-techniek’ gedoopt. Maar zonder gekheid, de koning van Thailand is tot in Brussel geëerd voor zijn vondsten. De Chinezen - weet je nog; de Spelen van Peking in 2008 - hebben het van de Thai geleerd. Eerder deze week leidde dat tot eerste voorzichtige Koninklijke druppels. Maar later in de week - royal rain of niet - klapte het. Onweer, als muziek in onze oren.

En verder? Ook muziek op het kantoor bij We women natuurlijk. ‘We are family’ was goed voor de middagonderbreking en moest natuurlijk ook op Facebook gepost worden. Wel jammer dat we na iets te snel klikken de travoversie geplaatst hebben. Maar ja, wie denkt er nog na met Sister Sledge op tien? En dan - als muzikale hekkensluiter - Sanders eerste Thaise les. Die 44 karakters leren uitspreken, dat gaat echt beter op muziek. Klik hier voor de geanimeerde versie van het Thaise alfabet voor beginners.

Verder nog iets te melden? Nee, dit was  het alweer. Reislustig weekje? Niet bepaald. Maar wel lekker bezig, met muziek in onze oren.

Het Thaise alfabet op muziek
Oh ja, mocht je nou denken dat er echt niets zinnigs is gepasseerd deze week, lees dan Sanders blog op www.coachcultures.org of dit artikel uit de nieuwsbrief van de We women foundation.

Familie, feest en frustraties

Zo, wat een week! Gisteren hebben we Joke - Sanders moeder - en Simone - Arjans vriendin - uitgezwaaid op het vliegveld van Chiang Mai. Ze hebben letterlijk een week met ons meegeleefd. En wij hebben weer een week kunnen proeven van een deel van ons familieleven. Niet iets waar we vooraf lang over nagedacht hebben - een beetje motief en gelegenheid zijn genoeg - maar het is dan toch wel weer spannend en emotioneel. Ondanks alle contacten via Skype, e-mail en deze weblog, was het geweldig om weer even écht contact te kunnen maken.

Wel een heel andere week, die bijvoorbeeld begon met het huren van een auto. We wonen in een deel van de stad waar je op eigen vervoer aangewezen bent; hier razen geen tuktuks en pickup-taxi’s voorbij. De auto gaf ons de vrijheid om met z’n vieren op pad te gaan, en om Joke en Simone zo af en toe ergens af te zetten. De weg terug vonden ze wel; hoewel ze al snel ontdekten dat veel taxichauffeurs hier echt geen kaart lezen of met een adres uit de voeten kunnen. Ook dan is een auto weer handig. Ondertussen interessant zat om met een auto de Aziatische verkeerschaos in te duiken. De reistijdverhouding pakt trouwens ruim in het voordeel van een scooter uit, die is gemiddeld zeker twee keer zo snel (geklokt!).

En natuurlijk hebben we ook - versterkt met Joke en Simone - even lekker de toerist kunnen uithangen. Tempels, nationale parken, papier- en bergdorpjes, markten, koffieplantages, bananen, rijstvelden, olifanten en natuurlijk lekker lokaal eten. En dat was dan weer goed om toe te komen aan waar het uiteindelijk vooral om ging: veel en lekker bijpraten en samen zijn. In eerste instantie is het vooral vertrouwd en lijkt weinig anders aan elkaar. Maar de andere omgeving - en het nu alweer een half jaar weg zijn - maakt dat we elkaar stuk voor stuk toch echt weer beter leerden kennen. Verder zijn we Joke en Simone erg dankbaar voor de Old Amsterdam kaas, de pindakaas, een geweldige literfles cognac en een aantal andere goodies; zoals de laatste ‘Maarten’ en een paar andere tijdschriften. Precies halverwege ons jaar zijn we weer even helemaal bij.

Ondertussen gebeurt er hier van alles. Op 7 maart was het Magha Puja - de derde volle maan - een feestdag om Boeddha te eren en stil te staan bij de drie belangrijkste spirituele doelen. Een jonge monnik nam tijd om ons die drie belangrijkste spirituele doelen heel persoonlijk uit te leggen: ‘don’t commit sins, do only good and purify your mind’. Iets eenvoudiger is dan 8 maart: Internationale vrouwendag. Hoewel die dag in Nederland relatief weinig activiteiten zijn georganiseerd, is hier heel veel betrokkenheid bij de ontwikkeling van vrouwenrechten. En terecht! Ook de staf van We women heeft deelgenomen aan een georganiseerde mars door het centrum van Chiang Mai. Nadat we Joke en Simone hadden uitgezwaaid en geknuffeld op het vliegveld, zijn we aangesloten. Zie hier de foto’s op de Facebook pagina van We women. En daarna - met een kleine selectie van de vrouwen - door naar Sanders verjaardag; ook elk jaar op 8 maart.

Reden genoeg voor een mooie avond met onze collega’s op het dakterras. Mooi, maar ook betrokken. Tijdens de mars moest We women de poster van Aung Sang Suu Kyi verwijderen van hun bord; omdat het te politiek zou zijn. Voor de vrouwen uit Birma voelde dat alles behalve eerlijk en lukte het niet zomaar om dat los te laten. Een bokszak bood verlichting. Verder vertelde Ursula ons dat er een inval was geweest bij D-Lo, een Birmees restaurant in de buitenwijken van Chiang Mai dat dienst doet als hart van de lokale Birmese gemeenschap. Zo was er twee weken geleden een zware brand in een vluchtelingenkamp aan de grens. D-Lo vormt dan als vanzelf de centrale schakel voor een grote inzamelingsactie onder Birmezen en NGO-workers. Wij hebben er al vaker gegeten, al was het alleen maar omdat het eten uit Birma in alles afwijkt van ander Aziatische eten en erg goed is. Afgelopen week aten we er nog met Joke en Simone. Maar nu dus een inval - toevallig ontstaan doordat een hoge Thaise official zich ergerde aan de parkeersituatie - wat betekent dat zes mannen gedeporteerd worden. De gevolgen voor D-Lo en de families zijn nog onduidelijk. Een schokkend voorbeeld van wat uiteindelijk weer een pesterij is van de Thaise politie. Frustraties van alle dag die maken dat de Birmese gemeenschap zich hier nooit helemaal veilig kan voelen. Een ander voorbeeld van alledaagse frustraties kun je teruglezen in een blog van Sander op de We women website: motorcycle diaries.

En nu? Dit weekend doen we ongetwijfeld weinig tot niets. Ook goed. Tijd om weer samen te zijn en om zo langzamerhand onze vervolgplannen - Japan, Birma, China - op te laten bloeien. Maar zoals de Thai zeggen: rustig aan, want het leven is al zo kort.

Birmees eten bij D-Lo (zie fotoboek voor meer!)

Een ander dagelijks leven

Deze blog verandert de komende tijd wat van karakter; al was het alleen maar omdat we even niet meer onderweg zijn. Nou ja, niet letterlijk dan; voor de filosofen onder jullie. Inmiddels hebben we onze eerste volle werkweek bij We women erop zitten. We zijn allebei vol in ons project gedoken alsof we nooit iets anders gedaan hebben. En oh ja, dat is natuurlijk ook zo. En dat gaat dan gepaard met een ritme wat de meesten onder jullie bekend zal voorkomen: wekker, ontbijten, actie, lunchen, nog meer actie, avondeten en dan nog iets doen met de energie die over blijft. Ja, wel even wennen. Maar door de mooie inhoud van ons werk ergens ook weer onvoorstelbaar snel vertrouwd.

Een dagelijks leven dus, maar wel één die in veel - zo niet alles - afwijkt van wat we gewend waren. En zoals we eerder al merkten in Siem Reap in Cambodja, langer blijven geeft ons meer en meer toegang, waardoor we elke dag beter gaan begrijpen hoe het hier werkt. En dus kunnen we jullie nog steeds meenemen langs onze lokale en culturele ervaringen; want er is genoeg om ons over te verwonderen en om te snappen (maar uiteindelijk net weer niet te begrijpen). Soms hilarisch, soms tragisch en soms weten we het nog even niet.  

Het eten is geweldig. Op elke straathoek kunnen we eenvoudig Thais eten voor een schijntje. Het lijkt soms wel of bijna iedereen als bijverdienste eten kookt of verkoopt. Zet er een tafeltje met wat plastic stoeltjes bij en klaar. Woensdag zijn we meegenomen naar de Birmese keuken; fantastisch en in heel Amsterdam niet te vinden. De tealeaf-salad is helemaal de bom. En de geniale banana-pancake-meneer om de hoek mag ook niet onvermeld blijven.

Alles gaat hier met de scooter; wij ook. Hoewel de meeste afstanden per fiets ook goed te doen zijn, maar dan moet je wel de vluchtstrook van de Super Highway op durven. De gemiddelde scooter komt met mandje en is zelfs dan nog overtuigender dan Nederlandse scooterjeugd en grachtenmakelaars. Ook hier geldt: echte mannen rijden een schakelbak.  

De straathonden of Soi Dogs zijn overal. En omdat ze overdag overstemd worden door scooters, overcompenseren ze ’s nachts door te huilen als wolven. Wij vertrouwen op Samson en Daniel - onze eigen Soi Dogs - om de wolven buiten te houden. En krijg dit maar eens uit je hoofd: “You ain’t nothing but a Soi Dog… 

Het afval wordt hier elke dag opgehaald; vooral lege flessen zijn populair. In Chiang Mai nog geen gemeentewerken maar onvervalste lokale handeltjes. Drinkwater krijgen we hier in 20 liter flessen; niet te tillen en al helemaal niet te schenken. De lege flessen zet je - voorzien van waardebon - aan de straat en worden elke vrijdag door de waterboer omgewisseld.

De Thaise zeden zijn wereldberoemd, maar daar merk je in het dagelijks leven weinig van. Totdat we een kleine 200 meter achter ons huis de ‘Loveboat’ ontdekten. Sinds de officiële afschaffing van polygamie in 1935 - wat nog steeds niet vreemd is voor veel Thaise mannen en vrouwen - zijn deze short-stay hotels de plekken waar de Thai met hun scharrels naar toe gaan. En ook de karaoke-bars hebben een andere functie dan we dachten. Dus mam, daar gaan we niet naar toe volgende week.

Nico, de Franse bakker, vonden we al snel via Ursula en Hester. Eens per week bakt hij de meest geweldige broden, croissants en pain-au-chocolat. Als je er zaterdagmorgen op tijd bij bent kan je inkopen; de koffie staat klaar. Nico is een professional, maar catert vooral een social-event. Iets waar de Farang (buitenlanders) misschien nog wel net iets meer behoefte aan hebben dan aan lekker brood.

Nico en andere Farang wonen in een oud Thais dorpje weggestopt in een prachtig hoog bamboebos. De Thai willen hier niet wonen, omdat ze geloven dat er boze geesten in het bos huizen. Zo blijven de prachtige oude Thaise huizen voor een symbolisch bedrag per maand beschikbaar voor Farang.

De afgelopen vijf dagen stond Chiang Mai blauw van de rook, die inmiddels begint op te trekken. Boeren in de omgeving hebben de gewoonte om jaarlijks - en natuurlijk illegaal - de ondergrond plat te branden. Dat loopt dan uit de hand en brand soms weken door. De rook zakt de Chiang Mai vallei in en ligt als een deken over de stad. Genoeg reden voor sommigen om tussen februari en april Chiang Mai te verlaten; onze tijd hier is dus goed getimed. Maar sinds gisteren trekt de rook op en hebben we weer uitzicht op bergen.  

Afspraak is afspraak, maar planning en begintijd is niet echt een issue. En neem maar van ons aan, minder druk en minder verwachtingen went snel. Daar is niets mis mee, vooral als je weet dat het uiteindelijk - linksom of rechtsom - goed komt. Willen jullie ons een plezier doen en dit alvast een beetje gaan ‘uitrollen’ in het Nederlandse dagelijks leven?

Zondagsmarkt in Chiang Mai (zie ook fotoboek)
Tot slot nog een tip. Gisteravond waren we op de openingsavond van het ‘Chiang Mai Documentary Arts Festival’ en zagen de geniale documentaire ‘Who Killed Chea Vichea?’. Een absolute aanrader die vlijmscherp inzicht geeft in de huidige politieke situatie in Cambodja. Niet te missen voor iedereen die is geweest of van plan is om te gaan. 

Huisje, boompje, beestje

Chiang Mai wordt ook wel de culturele hoofdstad van Thailand genoemd. Maar voor het eerst tijdens deze reis moeten we bekennen dat we hier al een week zijn zonder al te veel van de omgeving in ons op te nemen. Lui geworden? Integendeel! Vanaf eind vorige week zijn we begonnen met onze vrijwillige activiteiten voor We women, hier gevestigd in de stad. Aan het werk dus! Wekker, agenda’s, projecten, nu ook weer hier bij ons.

We women richt zich op Birmese vrouwen - gevlucht naar Thailand - die de dromen, doelen en talenten hebben die ze tot toekomstige leiders van Birma maken: “Birma gaat al bijna een halve eeuw gebukt onder een militaire dictatuur met als gevolg chronische economische, sociale en politieke crisis. De We wonen foundation coördineert samen met lokale partners een “leadership academy” voor niet erkende vrouwelijke vluchtelingen in het aangrenzende Thailand. Veel vrouwen willen op een hoger niveau meestrijden voor de mensenrechten in Birma maar worden door hun status en traditionele rol als vrouw daarin beperkt. De We wonen foundation wil hen een kans geven om meer invloed uit te oefenen op het beleid en de toekomst van hun land. Een universitaire studie, stages en trainingen bereiden hen voor op het bekleden van beleidsposities (We women website)".

Ursula en haar team zijn nu een kleine twee jaar bezig en doen fantastisch werk. Maar wat betekent dat voor ons? Om te beginnen dat we mogen samenwerken met zes tot acht enorm gemotiveerde en leuke mensen. En - dat mag ook gezegd - na vijf maanden reizen, ervaren en absorberen voegen we onszelf daar graag aan toe. Ook wij zijn afgetopt met veel zin, energie en allerlei ideeën. Sanders bijdrage richt zich op het opzetten van een ‘coaching framework’, bedoeld om de vrouwen te ondersteunen en begeleiden in de verschillende fasen van het programma. Maartje ondersteunt Ursula bij het verder verzelfstandigen en professionaliseren van het pre-uni programma.

En nog veel meer relevants, zoals voetballen met andere vrijwilligers - of wie dan ook inloopt - aankomende vrijdag na het werk. Of de geweldige lokale lunches die de Hollandse kantine met natuurlijk oneerlijk gemak overstijgen.

Een andere - toch wel serieuze verandering van levensstijl - is dat we voor de komende twee maanden een huis gevonden hebben. Via via zijn we in contact gekomen met James, een freelance fotograaf, die vanwege een fotoproject een tijdje zijn huis achterlaat. En zo gaan we van twee rugzakken naar drie verdiepingen, een paar terrassen, logeer- en studeerkamer, twee honden (Daniel en Samson), een boom, twee fietsen en een scooter. Wow, een echt huis! Wat een ruimte na alle compacte units waar we de afgelopen maanden in geslapen hebben. En hoewel afgebladderd en van buiten ogenschijnlijk in serieuze staat van ontbinding - gelukkig is het geen regenseizoen - is het huis van binnen helemaal onze plek. Al was het alleen maar om de prachtige houten vloeren en trappen en het terras met uitzicht op de ondergaande zon achter de bergen.

Wel een bizarre overgang, maar - je leest het al - voor nu even helemaal goed. Onze tassen zijn uitgepakt en uit zicht, de kasten ingeruimd en de foto’s hangen al bijna aan de muur. Tijd om te proeven en te genieten van wat meer huiselijkheid en dagelijks leven. Voor het eerst samenwonen, jawel! Hoewel heel anders dan thuis, in een expat-bestaan omgeven door NGO-workers en andere sociale ondernemers. Een omgeving - met mensen en mogelijkheden - die het nu al erg fijn maken om hier even te mogen zijn. Ook dit dagelijks leven bestaat.

En dus dit keer geen reisfoto’s en mooie plaatjes in ons album. Maar voor de liefhebbers wel een kleine fotorondleiding door ons tijdelijke huis en plaatjes van onze medebewoners. En mocht je ons (post)adres willen weten, mail ons dan even.

Terras met uitzicht (zie ook fotoboek)

Ecologisch verantwoord?

Daar zijn we dan: Chiang Mai, ons thuis voor de komende twee maanden. Na vijf maanden onderweg gaan we hier wat tijd nemen om weer eens een beetje wortel te schieten. Morgen ontmoeten we Ursula van We Women en begint onze zoektocht naar een tijdelijk huis of appartement. De eerste twee opties hebben zich al spontaan aangediend - dus wie weet volgende week een primeur en prachtige fotoshoot van onze stek, hier op deze blog. En als je ergens in de komende twee maanden er even tussenuit wilt, weet je dan bijzonder welkom in Chiang Mai!

In een paar dagen zijn we van Zuid-Cambodja naar Noord-Thailand gereisd. Het laatste stuk is een lange rechte streep in de trein. Maar in de hele reis variatie genoeg, inclusief een paar hobbeltjes. Vliegen proberen we nog steeds te mijden; onze eco-voetafdruk is inmiddels groot genoeg. Dat maakte de reis wel een stuk afwisselender en op z’n minst uitdagender. Naast de benenwagen hebben we de afgelopen dagen zeker tien verschillende vervoermiddelen gebruikt: moto, boot, vlot, mountainbike, bus, mini-bus, tuktuk, pick-up, taxi en trein. De pick-up was toch wel het spannendst. Stel je voor dat je met ongeveer 10 mensen in een omgebouwde kleine laadbak wordt geladen; dat is inclusief bagage en allerhande zakken voedsel voor de markt. Ja, er zijn bankjes geïmproviseerd, en je hebt ook nog een afdakje boven je hoofd. Dus tegen alle verwachtingen in is het nog redelijk comfortabel. En natuurlijk heb je arko, of liever gezegd aio (alles is open). Maar dat alles wel met 90 of 100 km/u. En dan staan er op de treeplank ook nog twee ‘semi-nonchie’ passagiers (die de telefoon nog opnemen ook). Maar het blijft verder prima openbaar vervoer, inclusief een bordje 'no-smoking, 5000 baht (135 euro) boete’ en een werkende stopknop achterin. De haltes mag je er vrij bij interpreteren. Natuurlijk is het alleen maar fijn als de chauffeur stopt waar en wanneer jij wilt.

De hobbeltjes? Na de grensovergang naar Thailand vonden we met vrij veel moeite vervoer naar het eerstvolgende stadje. Daar ligt nog een enorm gat in de markt. Verder nog wat OV-vertraging onderweg, waardoor we niet om half negen maar om twee uur ’s nachts aankwamen op Chiang Mai CS. Maar dat werd op voorhand ruimschoots goed gemaakt door de treinstewardess die ons de hele dag door eten kwam brengen. En dan nog een fysieke hobbel voor Maartje, waardoor we de reis een dag hebben moeten onderbreken om in de buurt van een wc te zijn. Was ons bezoek aan de jungle 100% ecologisch verantwoord? In dat opzicht dan misschien toch niet helemaal…

Cambodjaanse jungle? Ja, en hoe! Naast een ander bos in Laos is het gebied rond de Cardamom bergen het enige overgebleven oerbos in Azië. Het is een onbedoeld positieve uitwerking van het rode Khmer regime - en de daarop volgende malaise - waardoor niemand tijd en gelegenheid heeft gehad om de economische bijl in dit bos te zetten. En gelukkig zijn er de laatste jaren een aantal eco-toerisme-initiatieven van de grond gekomen. Met succes, waardoor er zelfs recent een besluit tot exploitatie van een zinkmijn is teruggedraaid om het bos te behouden. Een ander initiatief - waar Esther en Paul ons in Siem Reap over vertelden - is een eco-village in de jungle: Chi Phat. De dorpsbewoners proberen nu van het ecotoerisme te leven, in plaats van de stroperij en illegale houtkap. Een uitstekend idee om Chi Phat te bezoeken en zo kleine steentjes bij te dragen. De effecten zijn er: in stukken van Zuid-Thailand en Zuid-Cambodja begint het ecotoerisme het sextoerisme volledig te verdrijven.

Maar wat een jungle. Er leven nog wilde olifanten, luipaarden, gibbons, allerhande inheemse vogels en niet te vergeten bloedzuigers. Maartje was de klos. Ongerepte natuur dus, wat we hebben verkend op de mountain - of liever gezegd - junglebike. Een mooie gegidste en uitdagende tocht in vochtige hitte, compleet met verfrissende duik onder een waterval. Slapen in Chi Phat kan in homestays en kleine guesthouses in het dorp en er is een eco-lodge. Wij hebben onze nachten verdeeld over de opties en sloten af met ons eigen bamboehuis met palmbladeren dak. En dat alles inclusief huiskat, uitzicht op de rivier en hangpotten met reuze-orchideeën. Zin gekregen? Wel scharrelt er 's nachts van alles rond, in en over het huis. Muurkikkers met plakvoeten, andere spinnen dan thuis, en nog wat grotere organismen op het dak. Onze padvinder blijft daar wel relaxed onder, maar natuurmens Maartje slaapt toch iets lichter. Absoluut ecologisch verantwoord - mooi en aan te raden - deze finale van Cambodja.

Junglebiking (zie fotoalbum)

Tempels en tuktuks

Zo,dat was een mooie overgang: van de slangen en verlatenheid van Australië via de gekte, diversiteit en overvloed van Bangkok naar krokodillen, armoede en een overvloed aan tuk-tuks in Cambodja. We zijn aangekomen in het land van de Khmer en inmiddels al bijna een week in Siem Reap. In dit stadje draait bijna alles om het achtste wereldwonder: tempelcomplex Angkor met als beroemdste tempel Angkor Wat.

Ja,een hele week! De vertraging is ingezet. Heel bewust blijven we langer op één plek. Sander ziet zijn aandeel reizen in de week tot Chiang Mai graag teruggeschroefd tot de helft. Zo blijft er een andere helft over voor het maken van plannen en uitwerken van ideeën. Bovendien geeft dat andersom weer meer ruimte om van de reishelft echt te genieten. En zo blijven we bovendien de kleine dingen onderweg opnemen. En voor mij - Maartje - geldt dat eigenlijk ook. Ik wil zo af en toe meer bezig zijn met de vraag: wat na de reis? Ondanks dat we misschien wel zeeën van tijd hebben en echt aan van alles toekomen (zie bijvoorbeeld onze nieuwe pagina met leeslijst), merken we dat het goed is om voor deze vragen bewust tijd te maken.

Bovendien geeft langzamer reizen ons ook weer een ander oog voor de omgeving. De meeste toeristen blijven maar een paar dagen in Siem Reap, met name om Angkor te bezoeken. En veel van hen komen daarnaast helaas niet veel verder dan 'Pub street' - een straat met alleen maar pubs en restaurants - waar je voor weinig geld heel erg dronken kunt worden en Lavazza espressootjes kan nippen. Wij merken dat we - alleen door hier in alle rust te zijn - al veel meer zien. Zo ontdekken we allerlei positieve initiatieven en ontmoeten we steeds meer mensen die ons een kijkje kunnen geven in het (harde) Cambodjaanse leven. En we hebben tijd genoeg om het onderscheid te leren zien tussen bedelen en bedelen.

Want hard, dat is het leven hier. Cambodja is nog steeds een derde wereldland of - moderner uitgedrukt - één van de minst ontwikkelde landen ter wereld. Een bezoek aan de bizarre historische rijkdommen van Angkor staat in schril contrast met het leven van vandaag. Maar hoe kan het ook anders? Na tientallen jaren van oorlog, onderdrukking en genocide, zijn veel mensen hier vooral bezig met overleven. Goed onderwijs is nog niet bereikbaar voor iedereen en er is (terecht) nog steeds weinig geloof in de politiek. En - niet onbelangrijk - er is geen georganiseerd vangnet voor de allerarmsten. Hoewel veel Boeddhistische monniken en vrijwilligers goed werk doen.

Maar Cambodja is zeker ook in ontwikkeling, het land begint langzaam op te krabbelen (lees ook de coachcultures blog van Sander). In Siem Reap zien we initiatieven van de grond komen die leunen op samenwerking en gemeenschapszin. Een goed voorbeeld is het restaurant Haven - net drie weken open - waar we inmiddels twee keer gegeten hebben. Twee Zwitserse dertigers geven wezen die uit het weeshuis groeien, een horeca-opleiding (theorie en praktijk), een plek om te wonen, en ondersteuning bij het vinden van een baan na afronding van de opleiding. Het personeel is als familie, de initiatiefnemers zijn de schakel tussen de keuken en de bediening en het plezier straalt er vanaf. In maximaal drie jaar moet Haven 100% Cambodjaans zelfvoorzienend zijn. Wij geloven erin, al was het alleen maar omdat het eten is beter dan waar ook in Siem Reap. En ja, eten smaakt ook sowieso al beter nu we weten dat het geld op deze manier besteed wordt. Helaas zijn er ook andere voorbeelden. Onder invloed van het groeiende ‘Voluntourism’ (vrijwilligers-toerisme) worden hier weeshuizen geopend waarvoor de allerarmste kinderen bij hun ouders weggekocht worden. Alleen maar om een stroom van geld en aandacht van rijke toeristen op gang te brengen. Perverse effecten van op zichzelf positieve ontwikkelingen. De website van Thinkchildsafe geeft achtergrondinformatie. Wat dat betreft is Siem Reap wel een lastige plek om een eerlijk beeld van Cambodja te krijgen. Door het toerisme is er een groot verschil tussen wat wij de voorgevel en de achtergevel noemen.

Het toerisme verklaart in elk geval ook de overdaad aan tuk-tuks hier. Sommige chauffeurs brengen dagen slapend in hun tuktuk door, wachtend op een mooie klus. Maar als je bedenkt dat we voor een dagje Angkor met de tuktuk ongeveer 15 dollar betalen - en dat afzet tegen een gemiddeld Bruto Nationaal Produkt per hoofd van de bevolking van 2000 dollar per jaar - dan heeft een tuktuk-chauffeur aan drie dagen Angkor per week al een bovenmodaal inkomen. Maar hoewel een tuktuk-chauffeur niet elke dag hoeft te ‘scoren’, hij zal je geen moment voorbij laten lopen zonder het te proberen. Een - ongetwijfeld rijkere - lokale ondernemer heeft daar handig op ingespeeld met t-shirts met opdruk: 'no tuktuk today (and tomorrow)!

Al met al nog genoeg te ontdekken voor ons in Cambodja. Even fietsen rond Siem Reap is een aardig voorproefje. Buiten het centrum zijn de huizen algauw niet meer van steen en speelt het hele leven zich buiten op straat af. En tijdens een avondwandeling naar het verder naar buiten gelegen Guesthouse van Paul en Esther - een reizend Nederlands stel dat we tegen kwamen bij Haven - vingen we een glimp op van een heel ander nachtleven; problemen genoeg hier. Terug naar de krokodillen: op de binnenplaats achter ons Guesthouse ontdekken we een vervallen zwembad met een complete farm krokodillen-leren-tasjes in de maak. Hebben we toch even achter de voorgevels van Siem Reap kunnen kijken…

In Angkor (zie fotoboek voor meer!)

Urbanistan

Grote steden, op reis moet je ze tegen komen én op je in laten werken. Ze zijn niet te missen, want om de zoveel tijd verplaatsen we ons over een grotere afstand. En dat betekent doorgaans dat we een grote(re) stad opzoeken voor een vliegtuig, trein of boot. Maar vaak zijn het juist ook de steden waar de mensen en de cultuur van een land in alle hevigheid en verschijningsvormen voorbij komen. En hoewel we meestal na een paar dagen weer verlangen naar ‘buiten’, vinden we het doorgaans heerlijk om op deze manier een land binnen te laten komen.

Nu ook - en gelukkig maar, want het is echt even Urbanistan voor ons. De afgelopen weken waren we achtereenvolgens in Perth, Sydney en nu Bangkok. En hoewel daar - zij het onbedoeld - toch echt wel een voorzichtige opbouw in zit, zijn er maar weinig plekken op de wereld die een overdaad aan stedelijkheid over je uitstorten zoals Bangkok dat doet. Perth is een miljoenenstad, Sydney een echte Metropool en Bangkok is nog veel meer dan dat. Het begint al bij het gevoel dat je bekruipt op de eerste dag: geen idee waar we moeten beginnen als we de stad weer uit willen reizen of waar het centrum ligt (als je al überhaupt van één centrum kunt spreken). Bangkok heeft op het eerste gezicht - de eerste anderhalve dag - niets van de ordening, de gelaagdheid en de structuur van steden als Perth en Sydney. Dat zijn steden waar je binnen een dag of twee thuis bent en je weg als vanzelf vindt, lopend of met het openbaar vervoer. En vooral Sydney was een heerlijke stad met mooie uitzichten, architectuur, uitgaansmogelijkheden en fantastische parken (waar massaal getrouwd wordt en ook wij een traantje mochten wegpinken ;-)

En nu zijn we hier in Bangkok, een driedimensionaal doolhof waarbinnen je lopend of per boot, bus, taxi, scootertaxi, tuktuk, skytrain of metro ergens komt, onder de voorwaarde dat je weet waar je wilt zijn. Hoewel doelloos ronddwalen ook een prima dagbesteding is. Op het eerste gezicht is Bangkok een totaal onleefbare en onhoudbare stad. Maar niets is minder waar. Want Bangkok is niet alleen maar uit zijn voegen gebarsten, Bangkok is ook nog eens enorm compact. Het klinkt als een tegenstelling, maar dat is het niet. Want ongeacht waar je in Bangkok bent - enkele uitzonderingen daar gelaten - vind je werkelijk alles wat je nodig hebt binnen een straal van 500 meter - en op bijna elk moment van de dag. Dat is een kwaliteit waar Nederlandse stedenbouwers alleen maar van kunnen dromen. Overal kun je eten, drinken, massages halen, geld wisselen, consumeren van levensmiddelen tot elektronica en wat dan al meer. Als je dan een fijne plek hebt gevonden kun je prima leven in een stad als Bangkok. Wat niet weg neemt dat de houdbaarheidsdatum soms echt al voorbij lijkt, bijvoorbeeld als we prachtige gevels zien die van onder tot boven met airco’s behangen zijn. Of als ’s ochtends tussen vijf en zes een muur van geluid begint aan te zwellen en de motoren van de stad beginnen te ronken.

Maar nu we hier toch zijn, laten we dan vooral observeren en ook genieten. Vanuit ons relaxte hostel - Shanti Lodge - net ten noorden van de drukkere oude stad, kunnen we per boot de hele stad doorkruisen. De rivier is veruit de beste manier om afstanden af te leggen in de stad. Bus 53 bracht ons in een krap uur een ruime kilometer langs het volledig vastgelopen zuidelijke centrum. En hoewel in de drukte van deze stad veel minder rust te vinden is dan in de prachtige parken van Sydney en Perth, zorgt Azië direct voor wat ontspanning. Dat heeft zeker ook iets te maken met de lagere kosten voor levensonderhoud hier. De hoge prijzen in Australië jaagden ons toch wat te veel op om met elke dag wat te doen. Hier gaat - kleine hapjes etend en drinkend op straat - de dag voorbij. En om de een of andere reden lijkt er dan ook nog meer ruimte in de randen van de dag te zitten.

Bangkok is een bizarre mix van lokaal en mondiaal. We beseffen ons dat we nog niet in het echte Zuidoost Azië zijn aangekomen. Veel te ontdekken. Morgenochtend vroeg vertrekt onze trein - weg uit Urbanistan - naar de Cambodjaanse grens. Een stoptreintje, dus rustig aan. Dat lagere tempo - wat ons ruimte biedt om naast het reizen meer en meer aan onszelf toe te komen - dat nemen we graag mee Azië in.

Buddha's in Bangkok (zie fotoboek, ook voor Sydney!)