Posts tonen met het label Oceanie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Oceanie. Alle posts tonen

Urbanistan

Grote steden, op reis moet je ze tegen komen én op je in laten werken. Ze zijn niet te missen, want om de zoveel tijd verplaatsen we ons over een grotere afstand. En dat betekent doorgaans dat we een grote(re) stad opzoeken voor een vliegtuig, trein of boot. Maar vaak zijn het juist ook de steden waar de mensen en de cultuur van een land in alle hevigheid en verschijningsvormen voorbij komen. En hoewel we meestal na een paar dagen weer verlangen naar ‘buiten’, vinden we het doorgaans heerlijk om op deze manier een land binnen te laten komen.

Nu ook - en gelukkig maar, want het is echt even Urbanistan voor ons. De afgelopen weken waren we achtereenvolgens in Perth, Sydney en nu Bangkok. En hoewel daar - zij het onbedoeld - toch echt wel een voorzichtige opbouw in zit, zijn er maar weinig plekken op de wereld die een overdaad aan stedelijkheid over je uitstorten zoals Bangkok dat doet. Perth is een miljoenenstad, Sydney een echte Metropool en Bangkok is nog veel meer dan dat. Het begint al bij het gevoel dat je bekruipt op de eerste dag: geen idee waar we moeten beginnen als we de stad weer uit willen reizen of waar het centrum ligt (als je al überhaupt van één centrum kunt spreken). Bangkok heeft op het eerste gezicht - de eerste anderhalve dag - niets van de ordening, de gelaagdheid en de structuur van steden als Perth en Sydney. Dat zijn steden waar je binnen een dag of twee thuis bent en je weg als vanzelf vindt, lopend of met het openbaar vervoer. En vooral Sydney was een heerlijke stad met mooie uitzichten, architectuur, uitgaansmogelijkheden en fantastische parken (waar massaal getrouwd wordt en ook wij een traantje mochten wegpinken ;-)

En nu zijn we hier in Bangkok, een driedimensionaal doolhof waarbinnen je lopend of per boot, bus, taxi, scootertaxi, tuktuk, skytrain of metro ergens komt, onder de voorwaarde dat je weet waar je wilt zijn. Hoewel doelloos ronddwalen ook een prima dagbesteding is. Op het eerste gezicht is Bangkok een totaal onleefbare en onhoudbare stad. Maar niets is minder waar. Want Bangkok is niet alleen maar uit zijn voegen gebarsten, Bangkok is ook nog eens enorm compact. Het klinkt als een tegenstelling, maar dat is het niet. Want ongeacht waar je in Bangkok bent - enkele uitzonderingen daar gelaten - vind je werkelijk alles wat je nodig hebt binnen een straal van 500 meter - en op bijna elk moment van de dag. Dat is een kwaliteit waar Nederlandse stedenbouwers alleen maar van kunnen dromen. Overal kun je eten, drinken, massages halen, geld wisselen, consumeren van levensmiddelen tot elektronica en wat dan al meer. Als je dan een fijne plek hebt gevonden kun je prima leven in een stad als Bangkok. Wat niet weg neemt dat de houdbaarheidsdatum soms echt al voorbij lijkt, bijvoorbeeld als we prachtige gevels zien die van onder tot boven met airco’s behangen zijn. Of als ’s ochtends tussen vijf en zes een muur van geluid begint aan te zwellen en de motoren van de stad beginnen te ronken.

Maar nu we hier toch zijn, laten we dan vooral observeren en ook genieten. Vanuit ons relaxte hostel - Shanti Lodge - net ten noorden van de drukkere oude stad, kunnen we per boot de hele stad doorkruisen. De rivier is veruit de beste manier om afstanden af te leggen in de stad. Bus 53 bracht ons in een krap uur een ruime kilometer langs het volledig vastgelopen zuidelijke centrum. En hoewel in de drukte van deze stad veel minder rust te vinden is dan in de prachtige parken van Sydney en Perth, zorgt Azië direct voor wat ontspanning. Dat heeft zeker ook iets te maken met de lagere kosten voor levensonderhoud hier. De hoge prijzen in Australië jaagden ons toch wat te veel op om met elke dag wat te doen. Hier gaat - kleine hapjes etend en drinkend op straat - de dag voorbij. En om de een of andere reden lijkt er dan ook nog meer ruimte in de randen van de dag te zitten.

Bangkok is een bizarre mix van lokaal en mondiaal. We beseffen ons dat we nog niet in het echte Zuidoost Azië zijn aangekomen. Veel te ontdekken. Morgenochtend vroeg vertrekt onze trein - weg uit Urbanistan - naar de Cambodjaanse grens. Een stoptreintje, dus rustig aan. Dat lagere tempo - wat ons ruimte biedt om naast het reizen meer en meer aan onszelf toe te komen - dat nemen we graag mee Azië in.

Buddha's in Bangkok (zie fotoboek, ook voor Sydney!)

Op een kangoeroe-eiland

Australië - uitgestrekt, groot en eindeloos (love it or hate it!) - is een land van extremen. Van het onbuigzame klimaat met bijpassende extreme natuur en wildleven tot en met de moeilijke geschiedenis en de aanpassingsproblemen van haar inwoners. Het land maakt een enorme economische groei door, vooral gedreven door metaal- en goudwinning en een veelheid aan rijke buitenlandse investeerders. Een beetje mijnwerker verdient al snel 150.000 dollar per jaar. Andere sectoren moeten wel mee gaan om nog aantrekkelijk te zijn op de arbeidsmarkt. Aan de prijzen in de supermarkt (3 euro 60 voor een fabrieksbrood, 80 eurocent voor een tomaat en 2 euro 50 voor een komkommer) zien we hoe goed het gaat met Australië. Voor wie het interessant vindt, zie hier een vergelijking van 'cost of living' wereldwijd.

Maar wie zijn de Australiërs eigenlijk; de Aboriginals of de kolonisten? Aboriginals krijgen niet de ruimte om hun leven te leven en de kolonisten (blanken) lijken op geen enkele manier bij of in het land te passen. Wij merken het ook, we zijn allesbehalve aangepast aan het klimaat, de natuur en het land. Met kerst verblijven we in het B&B van Barry. We krijgen een derde kerstnacht kado en ontmoeten zijn moeder en tante van respectievelijk 90 en 88. Tante vertelt over het harde leven van de kolonisten - het leven van haar moeder - en over hoe de mensen hier vandaag de dag niet meer kunnen leven zonder huis met airco en auto met airco. Dat kan zo toch niet door blijven gaan? Maar de kolonisatie is doorgezet - economisch succes houd je niet zomaar tegen - met als dieptepunt de gestolen generatie. Barry is eind-vijftiger; het gaat om zijn generatie. En hoewel Australië objectief - volgens CNN - op de tweede plek van meest gelukkige landen staat (na Noorwegen), komt het op ons zo niet over. Hoe goed het ook gaat, de Australiërs hebben er geen goed gevoel bij.

Met al die ruimte gebeurt het hier toch vooral in de steden. Daarbuiten is het ver weg, leger en heeft het leven een ander tempo. Wij merken het ook. In Perth zijn we zo, maar dan? De rest van mooi West-Australië bereik je alleen per auto of vliegtuig. De Greyhound rijdt tussen steden, niet naar waar we willen zijn. En dus: opnieuw een roadtrip! Nog voor de kerst brengen we drie dagen in het Margaret River wijndistrict door en na de kerst rijden we naar het noorden. Maar rustig aan, ook wij zijn onaangepast. En dus in de airco - vanwege de ruim 40 graden föhn buiten - omhoog langs de kust.

Australië is een dagelijkse dosis Animal Planet; al op de eerste dag staan we oog in oog met een grote bruine slang (King Brown) en daarna rollen we door in andere slangen, kangoeroes, emoes, dolfijnen, zeeolifanten en geiten (wacht tot de stofwolk opgetrokken is, er kan nog een geit komen…). Australië is voor ons een beeldverhaal, dus kijk vooral naar de foto’s om een beter idee te krijgen van onze weken hier. Voor wie graag op de kaart volgt; ten noorden van Perth hebben we Pinnacles Desert, Monkey Mia in Sharks Bay en Kalbarri National Park bezocht.

Ondanks de mooie plaatjes hebben we al wel vrij snel besloten om onze tijd hier in te korten. We vertrekken ruim twee weken eerder naar Azië. Dat heeft vooral te maken met de enorm snelle leegloop van ons jaarbudget. De Australische dollar is nog nooit zo duur geweest voor Europeanen; zelfs elke dag niets doen is hier ‘over budget’, zie o.a. de supermarktprijzen hiervoor. En ergens speelt het missen van onze eigen sociale (reizigers)omgeving - de backpackers zijn hier wel heel erg laid-back en weinig ondernemend - ook wel een rol.

Maar al is het dan maar kort, uiteindelijk is het is goed om hier even te zijn. Sommige dingen moet je gewoon ervaren, zoals de extremen en de tegenstellingen in dit land. Van de dagelijkse Animal Planet tot het yupperige picnicken in Kings Park in Perth. Van de schaamte voor de eigen geschiedenis tot het onverholen racisme van het volkse Australië. Van de enorme ruimte en uitgestrektheid tot de 1.90m x 1.20m in onze micro-camper. Van het dieprode tot het hagelwitte zand. Van de ogenschijnlijke vrolijkheid van de Australiërs tot de plotselinge somberheid als je even doorvraagt. Van de levensstijl van de stedelingen tot de levensstijl van een deel van de overgebleven Aboriginals. En van de enorme omvang van dit continent tot de collectieve eilandmentaliteit. Love it or hate it!

Sharks' Bay (zie fotoboek voor meer Australische fauna!)

Merry Christmas and a Happy New Year!

Bijna kerst! Wij zijn de komende dagen aan het strand te vinden in Fremantle (Australië) en verwennen onszelf met een fijn B&B. Maar de kerstgedachte ontgaat ons dit jaar zeker niet: dagen om aan jullie te denken.

We wensen je fijne kerstdagen en een gezond en liefdevol nieuw jaar. Ons mantra voor 2012:
Live simply - give more - expect less

Geniet van de komende dagen en tot snel ziens op deze blog!

Maartje & Sander

Santa baby!

Stad met een hart

De laatste Lonely Planet van Nieuw-Zeeland is vlak voor de grote aardbeving bijgewerkt. Waar vroeger een hostel annex camping was, rijden we nu tussen hoge dranghekken een doodlopende straat in. Het voormalige stadshart van Christchurch is nu ‘red zone’, wat nog het meest doet denken aan oorlogsgebied. Het lijkt een stad zonder hart - een spookstad - deels ingestort en deels onbewoonbaar verklaard. Het voelt heel bevreemdend om de puinhopen van een moderne stad te zien. Meerdere breuklijnen hebben de stad verdeeld in twee groepen: direct en indirect getroffenen. Want al snel is ons duidelijk dat in Christchurch hoe dan ook iedereen is getroffen. Iedereen kent wel iemand, en het sociale leven is nog steeds ontregeld. En naast de honderden slachtoffers, is de materiële schade en de voelbare schade in het dagelijks leven enorm. Het zal de stad nog zeker tien jaar kosten om voorzieningen en infrastructuur te herbouwen. Hoewel wij denken dat het nog wel langer kan duren; totdat voldoende neuzen dezelfde kant op staan en geschillen en verzekeringskwesties zijn opgelost.

En al zou je willen, je komt er niet aan voorbij. De mensen in Christchurch hebben het hart op de tong, nog elke dag de behoefte om gebeurtenissen te delen. Het zijn al die persoonlijke verhalen - op straat en in kunst, in boeken en in films - die ons duidelijk maken dat de stad juist een heel groot hart heeft. Het aantal initiatieven om elkaar te helpen is niet te tellen. Het meest bekende voorbeeld is het georganiseerde leger studenten, dat op vrijwillige basis bijspringt waar hulp nodig is. Zoals in de ouderenzorg bijvoorbeeld. Gewoon, boodschappen doen voor mensen die de deur niet meer uit komen. Of structureel bijspringen waar ambulante zorg door omstandigheden tijdelijk niet kan worden geleverd. Op de thee bij Hazel en Warwick - de ouders van David, die we samen met Amelia leerde kennen in Bolivia - worden deze en andere verhalen voor ons persoonlijk gemaakt.

De dagen daarna brengen we door op Banks Peninsula, in de ‘bach’ van Hazel en Warwick. Zo hebben we ineens de sleutel van een geweldig buitenhuis dat ogenschijnlijk middenin het Engelse Lake District staat. Het lijkt een lange weg van een toevallige ontmoeting in Bolivia naar hier, maar niets is minder waar. Hazel en Warwick zetten ons met twee voeten op ultiem gastvrije Nieuw Zeelandse bodem. En hadden we de Nieuw Zeelanders in onze vorige blog nog saai genoemd? Hazel en Warwick saai? Geen moment! Altijd fijn als iemand het tegendeel voor je bewijst ;-)

Zoals gezegd, het Peninsula had Lake District kunnen zijn, het weer inbegrepen. Maar als je lekker huisje kan spelen, wat maakt een beetje regen dan uit. Laat dat ‘beetje’ op het zelfde moment maar weg voor een ander deel van het Zuidereiland. Terwijl wij ons laven aan wijn en Franse kaas, wordt de omgeving van Nelson en het Abel Tasman park letterlijk geteisterd door de meest hevige regenval in dertig jaar. Door landslides worden wegen weggespoeld en huizen minstens tijdelijk onbewoonbaar. Het net geopende rampenfonds van Nieuw Zeeland wordt nog wat extra aangesproken. In de krant zien we bekende beelden, maar nu anders. Op de camping in het Abel Tasman park - waar we anderhalve week geleden stonden - zijn nu meerdere campervans ingesloten. De enige toegangsweg is weggespoeld. En reken daar niet op mobiele dekking of een winkel op de hoek… Zo avontuurlijk kan het ook zijn!

Wij vinden het stiekem heerlijk om de camper achter ons te laten, even wat meer leefruimte. De wereld is te groot om vanuit een Toyota Hi-Ace te bekijken. En sommige dingen moet je zo af en toe weer even ervaren, zoals de beperkingen van vrijheid op wielen. Wel kijken we terug op een heerlijke vakantie van het reizen, opgeladen en uitgeslapen. Een Allo-Allo Fransman in ons Jailhouse-hostel vatte Nieuw Zeeland goed samen. Wil je mensen ontmoeten of de natuur in? Voor het eerste is Zuidoost Azië vast en zeker de betere bestemming. Voor het tweede is Nieuw Zeeland erg moeilijk te overtreffen.

Meer kaarten? Klik hier!

Laid-back (in de comfortzone)

Als we het Noordereiland verlaten en het Zuidereiland oprijden, verandert er iets. Het voelt zachter, oogt groener en afwisselender en is (nog) leger. Wat ook anders voelt, is dat we - voor het eerst sinds Buenos Aires - reizen met een concreet doel. We gaan langs bij Hilbrand en Marijke. Hilbrand was - alweer even geleden - de eerste stagiaire bij pa (Piet) van der Eijk. In de jaren ’70 zijn Hilbrand en Marijke samen naar Nieuw-Zeeland vertrokken, waar Hilbrand een hoveniersbedrijf is begonnen. We krijgen een warm welkom. Zo zijn we ineens - net als thuis - Hollands op bezoek, met een wijntje op de bank. We slapen op de drive, om de volgende dag door Hilbrand in de omgeving te worden rondgeleid. Als we weer vertrekken, zijn we stapels lokale kennis en reisideeën rijker.

We wandelen in het prachtige Abel Tasman National Park, rijden over de Lewis Pass naar de westkust, bezoeken de Pancake Rocks, slaan de Franz Jozef en de Fox gletsjer niet over en belanden uiteindelijk in het alweer even adembenemende Aspiring National Park. En nu liggen we languit tussen de backpack-meute in het levendige en relaxte Queenstown. In dit buitensport-vakantieland komt er geen einde aan de plekken om te zijn - en dat allemaal in een weekje tijd.

Toch is er iets wat er - voor ons - voor zorgt dat Nieuw-Zeeland maar niet echt spannend wil worden. Geen moment worden we echt uit onze comfortzone getrokken. Is het de camper waar we in slapen, eten, borrelen, lezen én reizen? Missen we de flexibiliteit van het backpacken of de stroom van ontmoetingen met medereizigers? Ja, dat klopt wel. We kijken er naar uit om ons weer te kunnen verwonderen over verschillen. Nieuw-Zeeland lijkt - met uitzondering van de geweldige natuur - misschien iets te veel op Nederland. Maar het is ook nog iets anders, iets in de mensen hier. De Nieuw-Zeelanders - doorgaans onvoorstelbaar relaxed - zijn stiekem enorm conflictmijdend. Alles en iedereen beweegt zich in de eerdergenoemde - ietwat te gemakkelijke - comfortzone. Dat brengt op zichzelf veel goeds met zich mee, zoals bijvoorbeeld de manier waarop Nieuw-Zeeland de verhoudingen met de Maori herstelt. En ook als backpacker of buitensporter kan je een geweldige plek vinden in die relaxte wereld. Maar het is ook wel een beetje slaperig en wat weinig gewaagd. Overheden en instanties maken dat op zichzelf al heel veilige sfeertje af met heel veel aandacht voor veiligheid. Allerhande regels, borden en ongevraagde adviezen maken zelf nadenken - of de discussie aan gaan met elkaar - zonder meer overbodig. De veiligheidskaart wordt gespeeld tot en met het spannen van een waslijntje op de camping, einde discussie ;-)

Maar, gelukkig geen ‘beveiligde’ samenleving zonder een paar gepaste rafelrandjes. Voor ons verklaart die enorme comfortzone hier veel van de onophoudelijke reeks aan levensgevaarlijke actiesporten die je Nieuw-Zeeland biedt. De kiwi’s zijn sportief tot in extremen, hardlopend en fietsend van en naar het werk, trainend voor hun jaarlijkse coast-to-coast-race. De Zuidereiland mannen zijn hier groot en macho, type ruwe bolster blanke pit: hi there mate! Maar mannen met een uitgesproken mening, die vinden ze hier ‘intimidating’. En dan is er ook nog de rijstijl (en het inhaalgedrag in de bochten - niet bepaald veilig) van sommige Nieuw-Zeelanders, met nog meer verkeersborden tot gevolg.

We gaan nog een ruime week van deze prachtige comfortzone genieten. En onderweg naar Christchurch doen we vast nog meer geweldige flora aan en zien we hopelijk ook nog wat meer fauna; voor óns de meest uitgesproken ingrediënten van Nieuw-Zeeland.

Ochtenduik (zie fotoboek voor meer!)

Dansen op de vulkaan

Daar zijn we dan - Noordereiland, Nieuw Zeeland - een plek waar het voor ons vrij plotseling even stil viel. Geen duidelijk doel voor ogen, hooguit een vaag verlangen om hier te zijn en tijd en ruimte genoeg om daar even in weg te zakken. De eerste dagen bracht ons campertje - een Toyota uit de (vroege) jaren ’90 van de vorige eeuw - ons via de Bay of Islands en de Kauri bossen naar Auckland. Wat voor ons een plek werd om even een dag onze eigen weg te gaan. Maartje belandde in de bioscoop en Sander dompelde zich onder in de nieuwe Auckland Art Gallery. Een dag die we allebei nodig hadden om ons te beseffen dat we even niet zoveel hoeven nu. Ondanks de immense hoeveelheid dingen om te zien en te doen hier, mag het van ons wel even wat huiselijker. En dus geen 4 uur rijden per dag en al helemaal geen checklist met wat niet te missen.

Wat wel? Tijd om te lezen, wat langer op een plek te zijn, yoga voor Maartje, schrijven en sporten voor Sander en vooral tijd om even wat meer met onszelf bezig te zijn. Onze ‘freedom camper’ draagt zeker bij aan de huiselijkheid; alleen de waxinelichtjes ontbreken nog (TL is ook niet alles ;-).

Inmiddels zijn we een ruime week hier en begint de tijd voor onszelf lekker door te werken. En ook wennen we aan het weer terug zijn in een westerse cultuur. Dat is wel even schakelen; van de prijzen in de supermarkt tot de (over)organisatie en het intensieve toerisme. Voor ogenschijnlijk elke bezienswaardigheid staat een hek, een informatiebord en een kassa. Ook internet en wifi zijn – gek genoeg - veel minder voor handen dan in Zuid-Amerika. En waar het is, moeten er meestal eerst een paar dollars rollen. En over de vele regels en ongevraagde adviezen hebben we al iets gezegd in onze vorige blog. Ook dat lijkt wel wat op Nederland.

Maar nu de gewenning doorzet, krijgen we weer oog voor de pracht en de vriendelijkheid van Nieuw-Zeeland; voor veel Europeanen het ultieme vakantieland. We zijn nog maar een week onderweg, nog niet eens in de buurt van het Zuidereiland, maar zelfs nu is de natuur al overal. Het is alsof we continu door de meest geweldige, enorme achtertuin rijden. Dat nodigt uit tot prachtige wandelingen en ontelbare andere buitensportmogelijkheden. Alleen in Nieuw-Zeeland kan Sander zijn hardlooprondje uitbreiden met een dip in een natuurlijke warm-water-bron, om daarna stroomafwaarts de rivier af te zwemmen naar de camping. En waar anders kun je een autorit onderbreken voor een kwartiertje poedelen in de warme Kerosine Creek?

Natuur betekent soms ook regen en wind. Zo kregen we nog wat extra huiselijkheid kado, doordat we moesten wachten op een venster om de Tongariro Crossing te lopen. Deze dagwandeling wordt een van de mooiste ter wereld genoemd. De vulkanentocht brengt je in acht uur tijd langs kratermonden, kratermeren, zwaveldampen, warm-water-bronnen en lavavelden. Maar zoals gezegd, het weer -winden tot 100 kilometer per uur op de crossing - maakte dat we twee dagen moesten wachten. Dat was het meer dan waard; onvoorstelbaar veel moois en bijna aanraakbaar dichtbij. Wat dan wel weer jammer is, is dat je de wandeling start met vijf busladingen tegelijk. Er stonden meer mensen in de wacht. De drukte haalt zonder meer wat van de beleving uit de tocht. Wat ons betreft mag DOC (Department Of Conservation) het maximale aantal wandelaars op het pad beperken. Zie de foto’s voor zowel de pracht, als ook de wandelaarspolonaise.

Oh ja, Tongariro heeft ons geleerd dat we inmiddels behoorlijk fit zijn. Maartje heeft de crossing zeven jaar geleden al eens gemaakt en was daar net een beetje van bijgekomen. Maar ditmaal met twee vingers in haar neus. En omdat we lopend zowel aan onszelf als aan de omgeving toekomen, beloven we onszelf - ondanks dat we even niet zoveel hoeven - toch stiekem al een meerdaagse trekking op het Zuidereiland.

Tongariro Crossing (zie fotoboek voor meer!)
Voor wie het interessant vindt: meer over het omschakelen lees je in Sanders’ blog ‘difference fatigue’.

Contrast

Als we geneigd zijn scherper te zien als het contrast verhoogd wordt, dan moet dit een goed moment zijn om terug te blikken op Zuid-Amerika. Hier zitten we dan, in Nieuw-Zeeland, voor ons campertje, aan waarschijnlijk de rustigste baai van de Bay of Islands. Geen rugzak om op te letten, spullen uitgepakt en zelfs voorzien van twee luie campingstoelen. Op het eerste gezicht ineens weinig uitdagend, maar tegelijkertijd opent het allerlei nieuwe mogelijkheden. Wat we met die mogelijkheden gaan doen, dat laten we nu langzaam op ons inwerken.

Terug naar het contrast. Wat barst het hier ineens van de regels! (en ze worden nog gehandhaafd ook…) Dat geldt niet alleen voor de douane, ook de checkout-time betekent hier ineens iets. Verder vallen ons de vele bordjes op bij elke baai en op elk strand; een bijna Hollandse organisatiegraad. Gelukkig spreken alle regels hier voor meer dan voor zich; en kunnen we alle tekens rustig negeren ;-)

Maar het eerste contrast maakt wel iets duidelijk over wat Zuid-Amerika zo mooi maakte voor ons. De weinige vanzelfsprekendheden maken het reizen elke dag tot een kleine of grote uitdaging, wat het onmogelijk maakt om je ook maar een moment te vervelen. Verder was het beperkte aantal regels waar we mee te maken hadden verfrissend. Mensen zoeken het wel met elkaar uit; en dat gaat negen van de tien keer prima. En een bijkomend voordeel van de weinige geschreven regels is dat het mensen minder afstandelijk lijkt te maken. Zonder regels worden sociale vaardigheden immers een stuk belangrijker om er goed met elkaar uit te komen.

En verder?
-        Hoogtepunten voor ons waren zonder twijfel de Salar de Uyuni en de vierdaagse jeeptocht die daaraan vooraf ging en de W-trek in Torres del Paine. Voor ons ongeëvenaard mooie natuur en zonder meer fantastische gebieden om er meerdaags uit te zijn.
-        Zoals gezegd heeft het onderweg zijn door Argentinië, Bolivia, Peru en Chili ons nooit verveeld. En dat is maar goed ook, want alles bij elkaar hebben we er toch een kleine 16.500 kilometer afgelegd.
-        Vooraf waren we door velen gewaarschuwd voor het risico van diefstal en al dan niet gewelddadige overvallen. Reizigers met slechte ervaringen onderweg doen daar nog een schepje bovenop; al was het alleen maar omdat ze zelf de ervaring nog niet verwerkt hebben. Onze ervaring op onze route is wat dat betreft vooral goed. Als je niet al te naïef bent - vooral blijft luisteren naar de kleine stemmetjes van binnen - en groepsdruk negeert - dan blijven de risico’s beperkt tot het domweg op de verkeerde tijd op de verkeerde plek zijn. Dat kan iedereen overkomen. De keren dat we de stemmetjes negeerden, leverde ons dat een te duur busticket voor de verkeerde bus op. Onveilig hebben we ons hooguit gevoeld in het verkeer, maar ook daar trokken we de conclusie dat een fietsvakantie hier zeker goed te doen is.
-        Vooraf hadden we geen idee of samen reizen ons zou beperken in het leggen van contacten met andere reizigers of locals. We hebben beiden eerder alleen gereisd en merkten toen hoe vanzelf dat ging. En eigenlijk was dat nu weer zo; geen belemmeringen daar. Wel hebben we ons voorgenomen om de komende maanden met iets meer regelmaat onze eigen weg te gaan.
-        Hoe dan ook hebben dik twee maanden Zuid-Amerika aanleiding gegeven voor meer. Op ons verlanglijstje staan (met stip): Colombia, Panama, Suriname, Cuba en natuurlijk de overgeslagen Machu Picchu. Over Mexico worden we om de een of andere reden maar niet eens, maar Maartje wil zeker nog die kant op.
-        Mooie afsluiter was Maartjes verjaardag - 18 november - in het vliegtuig. We stegen op 17 november rond half 12 ’s avonds op in Santiago en landden 12,5 uur later op 19 november half 5 ‘s ochtends in Auckland. Met het kruisen van de internationale datumlijn zijn we een dag kwijt geraakt (budgettair een topdag!), maar die kwijtgeraakte dag is dus ook Maartjes’ verjaardag geweest. En hoewel ‘ kwijt’ , zeker niet vergeten; in het vliegtuig kregen we om 12 uur ’s nachts een glaasje champagne en Maartje werd verwend met gezang en kadootjes van Sander en haar ouders. Daarna nog een heerlijk vliegtuigdineetje en na een uur werd het echt tijd om te gaan slapen! En na een rustige vlucht werden we op 19 november weer wakker...

Nu zijn we inmiddels een dag of vijf in Nieuw-Zeeland en de jetlag is wel weg. De indrukwekkende Kauri bomen aan de Kauri Coast hebben ons enorm welkom geheten, om daarna wat tijd te nemen in Auckland en een beetje georganiseerd te raken. We zakken nu af naar het zuiden; en wie weet morgen al de mogelijkheid om de Tongariro Crossing te lopen. Met CCR en Crosby Stills Nash & Young over de speakers, omdat kilometers vreten met ons oude busje toch echt een hippie-gevoel losmaakt…

Van hostel naar campervan...(en meer van dit)